ECLI:NL:RBAMS:2026:7581

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
16 juli 2026
Publicatiedatum
23 juli 2026
Zaaknummer
11875272
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:204 BWArt. 7:207 BWArt. 7:226 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Huurprijsvermindering en herstelplicht wegens gebrek luchtventilatiesysteem in bedrijfsruimte

Eiser huurt sinds 1 januari 2025 een bedrijfsruimte van Duwo en klaagt over hoge temperaturen en slechte ventilatie door een defect in het luchtventilatiesysteem. Inspectierapporten tonen een bouwkundige fout aan, namelijk een ondersteboven gemonteerde servomotor die lekkage veroorzaakt en de temperatuurregeling verstoort. Daarnaast heeft eiser zelf geluidswerende isolatie aangebracht, wat mede bijdraagt aan de hoge temperaturen.

De kantonrechter oordeelt dat het gebrek in het ventilatiesysteem bestaat en dat Duwo dit moet herstellen. De hoge temperaturen worden deels veroorzaakt door het gebrek en deels door het handelen van eiser zelf. Daarom wordt een huurprijsvermindering van 25% toegekend voor de maanden juni tot en met augustus vanaf juli 2021, totdat het gebrek is verholpen.

Verder moet Duwo de gecorrigeerde servicekostenafrekeningen verstrekken en de te veel betaalde voorschotten terugbetalen. De vorderingen tot verstrekking van facturen over 2021 en schadevergoeding wegens isolatiemaatregelen worden afgewezen. Ook is geen sprake van onrechtmatig handelen door Duwo. Duwo wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: Duwo wordt veroordeeld tot herstel van het luchtventilatiesysteem en een huurprijsvermindering van 25% toegekend voor de zomermaanden vanaf juli 2021.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11875272 \ CV EXPL 25-12461
Vonnis van 16 juli 2026
in de zaak van
[eiser] (H.O.D.N. [handelsnaam] ),
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
procederend in persoon,
tegen
STICHTING DUWO,
gevestigd te Amstelveen,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Duwo,
gemachtigde: mr. S. Baggen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 1 september 2025, met producties,
- de conclusie van antwoord, met producties,
- het tussenvonnis van 6 januari 2026, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald,
- het antwoord op de conclusie van antwoord, met producties,
- productie van de zijde van Duwo.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft op 2 maart 2026 plaatsgevonden. [eiser] is verschenen. Namens Duwo is de heer [naam] (technisch opzichter) verschenen met de gemachtigde. Partijen hebben hun standpunten nader toegelicht en vragen van de kantonrechter beantwoord. Van de mondelinge behandeling heeft de griffier aantekeningen gemaakt die in het dossier zijn gevoegd.
1.3.
De zaak is vervolgens verwezen naar de rol van 2 april 2026 voor de akte aan de zijde van Duwo, waarna [eiser] op de rol van vier weken daarna bij akte kon reageren.
1.4.
Na de mondelinge behandeling is de procedure als volgt verlopen:
- de akte na mondelinge behandeling van de zijde van Duwo, met producties,
- de aanvullende akte na mondelinge behandeling van de zijde van Duwo, met een productie,
- het antwoord op de akte na mondelinge behandeling van de zijde van [eiser] , met een productie
- de rolmededeling van 21 mei 2026 waarbij beide partijen in de gelegenheid zijn gesteld te reageren op de door de wederpartij ingediende rapporten,
- het proces-verbaal van mondeling antwoord van 21 mei 2026,
- het antwoord op de aanvullende akte na mondelinge behandeling van de zijde van [eiser] ,
- de akte uitlating productie van de zijde van Duwo.
1.5.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[eiser] huurt sinds 1 januari 2025 de bedrijfsruimte gelegen aan [adres] (hierna: het gehuurde), eerst van de rechtsvoorganger van Duwo en vanaf 1 januari 2022 van Duwo.
2.2.
[eiser] heeft een audio educatief bedrijf genaamd [handelsnaam] en exploiteert dit bedrijf in het gehuurde.
2.3.
In de huurovereenkomst (met bijlagen) staat, voor zover relevant, het volgende:
“(…)
1.2
Het gehuurde wordt als casco verhuurd, tenzij in artikel 9 of Pro elders schriftelijk aanvullend of anders door partijen is overeengekomen.
(…)
9.12 (…)
Huurder dient in het gehuurde bouwkundige maatregelen te treffen (…) die ertoe leiden dat buiten het gehuurde niet meer geluid waarneembaar is dan gebruikelijk in de woonomgeving waarin het gehuurde is gelegen. In geval er toch sprake is van geluidsoverlast vanuit het gehuurde, zal huurder in overleg met verhuurder aanvullende maatregelen dienen te treffen om de geluidsproductie te reduceren tot een aanvaardbaar niveau, dat niet overlast gevend kan worden geacht.
(…)
Opleveringsniveau [handelsnaam] dd. 18-12-2024
(…)
Bouwkundig
(…)
 Tussenwanden (MW) geplaatst en afgemest, sausklaar niet gesausd. Bestaande wanden blijven onbehandeld;
(…)”
2.4.
Op de huurovereenkomst zijn de algemene bepalingen ‘Huurovereenkomst kantoorruimte en andere bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:230A BW’ (hierna: de algemene bepalingen) van toepassing.
2.5.
Bij aanvang van de huurovereenkomst heeft [eiser] het gehuurde geïsoleerd.
2.6.
In 2021 heeft [eiser] bij de rechtsvoorganger van Duwo melding gemaakt dat het luchtsysteem op [adres] niet werkt en gevraagd wanneer het nieuwe luchtsysteem zal worden geplaatst.
2.7.
Op 30 maart 2026 heeft CroonWolter&Dros (hierna: CWD) een inspectie aan het gehuurde uitgevoerd. In dit rapport staat, voor zover relevant, het volgende:
“(…)
2. Technische Bevindingen (Centrale Unit)
Tijdens de inspectie van de Ned Air unit zijn de volgende kritieke punten vastgesteld:

Servomotor defect:De Honeywell servomotor/klep vertoont lekkage (laat door), waardoor de klimaatregeling niet accuraat kan functioneren. De ruimte kan wel worden geventileerd maar mogelijk met een hogere temperatuur dan de vraagtemperatuur. Bij de inspectie zijn geen verhoogde temperaturen gemeten.

Montagefout:De servomotor is ondersteboven gemonteerd. Conform de installatiehandleiding van Honeywell is dit een bouwkundige fout die kan leiden tot lekkage in de elektronica en vroegtijdige uitval.

Systeemontwerp:Het huidige klimaatsysteem is niet berekend op de huidige indeling van de ruimtes. De extra dikke isolatie van wanden en plafonds (t.b.v. geluidsdemping) zorgt voor een thermische schil die warmte vasthoudt, waar de regeling niet op is ingeregeld.
(…)”
2.8.
Op 28 april 2026 heeft A-C Facilities ook een inspectie in het gehuurde uitgevoerd. In het rapport van A-C Facilities staat, voor zover relevant, het volgende:
“(…)
3. Bevindingen
Slechts één ruimte beschikt over correcte luchttoevoer.
In meerdere ruimtes ontbreekt de toevoer van verse lucht volledig.
Afzuiging is aanwezig op locaties waar toevoer verwacht wordt.
Ruimtes worden snel warm en benauwd bij gebruik door meerdere personen.
Kleine kier onder deuren en aanwezigheid van dorpels beperken luchtcirculatie.
Er zijn aanwijzingen dat het systeem werkt met een tijdregeling waarbij ventilatie beperkt is buiten werktijden.
(…)”

3.Het geschil

3.1.
[eiser] vordert – samengevat – dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
I. Duwo veroordeelt tot herstel van het luchtinvoersysteem;
II. een huurprijsvermindering vaststelt van 50% vanaf 2 juli 2021;
III. Duwo veroordeelt tot het verstrekken van de servicekostenafrekeningen vanaf 2021, met terugbetaling van de te veel betaalde voorschotten inclusief rente, op straffe van een dwangsom;
IV. Duwo veroordeelt tot het verstrekken van de ontbrekende facturen van 2021 en 2022, op straffe van een dwangsom;
V. Duwo veroordeelt tot betaling van een schadevergoeding;
VI. Duwo veroordeelt in de proceskosten;
VII. Duwo veroordeelt tot vergoeding van de geleden schade in verband met de isolatiemaatregelen, nader op te maken bij staat, te vermeerderen met de wettelijke rente.
3.2.
[eiser] stelt, kort weergegeven, dat het luchtinvoersysteem in het gehuurde defect is, waardoor warme lucht het gehuurde worden ingeblazen. Volgens [eiser] kan hij als gevolg hiervan de helft van het gehuurde in de zomermaanden niet gebruiken. Dit gebrek dient dan ook te worden verholpen. Daarbij heeft [eiser] ook recht op huurkorting. Verder wil [eiser] de afrekening servicekosten ontvangen, zodat hij inzicht kan krijgen in het verbruik, de tarieven en de berekeningswijze. Volgens [eiser] zijn de meterstanden verkeerd opgenomen en niet gebaseerd op het werkelijk gebruik. Voorts wil [eiser] de facturen van de huur ontvangen. Tot slot stelt [eiser] zich op het standpunt dat Duwo onrechtmatig jegens hem heeft gehandeld, doordat zij een oneerlijke concurrentiepositie heeft gecreëerd. Volgens [eiser] kunnen andere huurders – die een gelijk aanbod aan cursussen aanbieden als [eiser] – tegen een gereduceerd tarief van Duwo huren en zijn zij vrijgesteld van de contractuele verplichting tot het isoleren van het gehuurde. [eiser] heeft echter op grond van de huurovereenkomst voor de isolatie een aanzienlijke investering van € 25.000,- gedaan. Nu andere aanbieders gunstigere voorwaarden hebben en [eiser] bovendien wordt geconfronteerd met gebreken, is sprake van een ongelijk speelveld. De schade die [eiser] daardoor leidt, dient Duwo te vergoeden, aldus steeds [eiser] .
3.3.
Duwo voert verweer. Volgens haar is er geen bewijs dat het gehuurde een gebrek heeft. Weliswaar blijkt uit onderzoek dat de ventilatie niet voldoet, maar dit komt door de onjuiste inbouw van de studio’s waardoor dit een aan de huurder toe te rekenen omstandigheid is. Het defect aan de servomotor in het ventilatiesysteem heeft enkel tot gevolg dat de temperatuur enigszins kan afwijken, maar dit is geen reden voor een huurprijsvermindering. Ten aanzien van de servicekostenafrekening en de facturen heeft Duwo zich op het standpunt gesteld dat zij niet verantwoordelijk is voor het jaar 2021, omdat zij toen geen eigenaar was. De afrekening servicekosten heeft Duwo – weliswaar te laat – alsnog verstrekt. Ook heeft zij opnieuw de facturen over het jaar 2022 overgelegd. Tot slot betwist Duwo dat zij met het verhuren van de overige bedrijfsruimte in [adres] onrechtmatig heeft gehandeld.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Gebrek en huurprijsvermindering
4.1.
De kantonrechter begrijpt uit hetgeen [eiser] in zijn stukken en ter zitting naar voren heeft gebracht dat hij stelt dat als gevolg van een gebrek in het luchtventilatiesysteem hij op twee manieren een vermindering in het huurgenot ervaart, te weten i) de temperatuur in het gehuurde is te hoog en ii) de luchtventilatie (toevoer van verse lucht) werkt niet naar behoren. Tussen partijen is in geschil of deze twee punten het gevolg zijn van een gebrek in het gehuurde.
4.2.
Uit artikel 7:204 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) volgt dat een gebrek een staat of eigenschap van een zaak of een andere niet aan de huurder toe te rekenen omstandigheid is, waardoor de zaak aan de huurder niet het genot kan verschaffen dat een huurder bij het aangaan van de overeenkomst mag verwachten van een goed onderhouden zaak van de soort als waarop de overeenkomst betrekking heeft.
4.3.
Artikel 7:207 lid 1 bepaalt Pro, kort gezegd, vervolgens dat een huurder in geval van vermindering van het huurgenot ten gevolge van het gebrek vermindering van de huurprijs kan vorderen. Lid 2 van dit artikel bepaalt vervolgens dat een huurder geen aanspraak maakt op huurvermindering indien hij onder andere voor het ontstaan daarvan jegens de verhuurder aansprakelijk is.
4.4.
De eerste vraag die dient te worden beantwoord is of het gehuurde een gebrek heeft. De kantonrechter is van oordeel dat dit het geval is. Uit het hiervoor onder 2.7. opgenomen rapport van CWD volgt immers dat de servomotor ondersteboven is gemonteerd en dat dit een bouwkundige fout is dat tot gevolg kan hebben dat de ruimte een hogere temperatuur dan de vraagtemperatuur heeft. [eiser] heeft gesteld dat de temperaturen in de zomermaanden dermate hoog zijn dat hij daardoor de helft van het gehuurde niet kan gebruiken. Duwo heeft de hoogte van de temperaturen niet betwist, maar zich enkel op het standpunt gesteld dat dit het gevolg is van het handelen van [eiser] zelf. Gelet hierop gaat de kantonrechter uit van de juistheid van de stelling van [eiser] en dus dat de temperaturen in de zomermaanden in een deel van het gehuurde hoog zijn. Nu uit het rapport van CWD volgt dat het defect aan de servicemotor hogere temperaturen in het gehuurde tot gevolg kan hebben, kan er genoegzaam van worden uitgegaan dat de hoge temperaturen in de zomermaanden mede worden veroorzaakt door dit gebrek. De omstandigheid dat tijdens de inspectie geen verhoogde temperaturen zijn geconstateerd, maakt dit niet anders. Die inspectie vond immers buiten de zomermaanden op 30 maart 2026 plaats.
4.5.
De kantonrechter volgt echter ook Duwo in haar stelling dat deze hoge temperaturen mede worden veroorzaakt door de wijze waarop het gehuurde is ingericht. Vastgesteld kan immers worden dat [eiser] bij aanvang van de huurovereenkomst de verschillende ruimtes in het gehuurde heeft geïsoleerd met geluidswerende isolatie. Hoewel [eiser] op grond van de huurovereenkomst gehouden was deze isolatie aan te leggen, blijft hij verantwoordelijk voor de wijze waarop hij dit heeft gedaan. Uit het rapport van CWD volgt dat het klimaatsysteem daar niet op is berekend en dat de isolatie zorgt voor een thermische schil die warmte vasthoudt. Hoewel [eiser] terecht heeft gesteld dat uit de huurovereenkomst met bijlage (zie hiervoor onder 2.3.) volgt dat Duwo het gehuurde beperkt casco – namelijk met tussenwanden – heeft verhuurd, heeft hij zelf de geluidswerende isolatie aangebracht. Gelet hierop komen de hoge temperaturen mede door het handelen van [eiser] .
4.6.
Het voorgaande brengt met zich dat de kantonrechter van oordeel is dat de hoge temperaturen in het gehuurde door twee aspecten wordt veroorzaakt, te weten het gebrek in het luchtventilatiesysteem en het handelen van [eiser] zelf. Duwo is gehouden het gebrek in het luchtventilatiesysteem te verhelpen. In haar akte heeft Duwo gesteld hiertoe opdracht te hebben gegeven, maar ten tijde van dit vonnis is nog niet duidelijk of dit ook is gebeurd. Dit betekent dat de vordering onder I wordt toegewezen, met dien verstande dat dit gaat om het herstellen van de servomotor voor zover dit nog niet is gebeurd.
4.7.
Wat de luchtventilatie betreft is de kantonrechter van oordeel dat problemen die [eiser] hierdoor ondervindt, geen gevolg zijn van het hiervoor vastgestelde gebrek aan de servomotor. Volgens het rapport van CWD kan de ruimte immers wel worden geventileerd. Uit zowel uit het rapport van CWD als het rapport van A-C facilities kan worden afgeleid dat de beperking van de luchtventilatie komt door de wijze waarop het gehuurde is ingedeeld in verschillende ruimtes die zijn geïsoleerd. Nu [eiser] degene is geweest die de ruimtes op die manier heeft geïsoleerd, heeft hij de beperkte luchttoevoer zelf veroorzaakt. Dit is dan ook een aan de huurder toe te rekenen omstandigheid en dus geen gebrek in de zin van artikel 7:204 BW Pro.
4.8.
De volgende vraag die dient te worden beantwoord is of de huurprijs als gevolg van het gebrek dient te worden verminderd. De kantonrechter is van oordeel dat dit deels het geval is en overweegt daartoe het volgende.
4.9.
Vanwege het gebrek in het gehuurde komt [eiser] een huurprijsvermindering toe, maar vanwege zijn eigen handelen zal dit percentage worden verminderd. Alles afwegende acht de kantonrechter een huurprijsvermindering van 25% passend. [eiser] heeft immers onbetwist gesteld dat hij in de zomermaanden de helft van het gehuurde niet kan gebruiken vanwege de hogere temperaturen. Omdat hij alleen in de zomermaanden een vermindering van het huurgenot ervaart, zal de huurprijsvermindering alleen voor die maanden gelden, te weten juni tot en met augustus.
4.10.
Deze huurprijsvermindering geldt vanaf het moment dat [eiser] de verhuurder verzocht heeft de gebreken te herstellen. Uit de door [eiser] overgelegde stukken volgt dat hij reeds in juli 2021 melding van gebreken aan het luchtventilatiesysteem heeft gedaan. Hij heeft daarbij gevraagd wanneer het nieuwe luchtsysteem wordt geplaatst, waaruit de kantonrechter afleidt dat hij op dat moment Duwo heeft verzocht de gebreken te herstellen. Hoewel Duwo op dat moment nog geen verhuurder was, is zij als rechtsopvolger wel gehouden gebreken te herstellen die niet waren opgelost op het moment dat zij verhuurder werd. De omstandigheid dat deze melding Duwo niet heeft bereikt, is een omstandigheid die [eiser] niet kan worden tegengeworpen. Nu de melding in juli 2021 reeds betrekking had op het luchtventilatiesysteem en gesteld noch gebleken is dat in de periode daarna dit is gerepareerd, gaat de kantonrechter ervan uit dat sprake is van hetzelfde gebrek.
4.11.
[eiser] heeft verzocht het rapport van CWD nietig te verklaren, maar de kantonrechter volgt hem daarin niet. Onduidelijk is waarom – zoals [eiser] stelt – het verschil in datum zou moeten leiden tot het nietig verklaren van dit rapport. Bovendien ziet de kantonrechter geen enkele aanleiding aan de juistheid van dit rapport te twijfelen, ook niet indien zou worden aangenomen dat de data niet zouden kloppen.
4.12.
De conclusie met betrekking tot de vorderingen onder I en II is dat Duwo het gebrek aan de servomotor dient te herstellen voor zover dit niet is gebeurd en dat de huurprijs vanaf 2021 voor de maanden juni, juli en augustus met 25% wordt verminderd totdat dit gebrek is hersteld.
Servicekosten
4.13.
Duwo heeft erkend dat zij de afrekening van de servicekosten te laat aan [eiser] heeft verstrekt. De wet verbindt echter geen sanctie aan het te laat verstrekken hiervan en [eiser] heeft hier ook verder geen consequenties aan verbonden. Duwo heeft in deze procedure alsnog de afrekeningen van de servicekosten aan [eiser] verstrekt. Zoals Duwo terecht heeft gesteld, is zij niet gehouden de servicekostenafrekening over het jaar 2021 aan [eiser] te verstrekken, aangezien zij toen nog niet de verhuurder van het gehuurde was en dit geen kernbeding is dat op grond van artikel 7:226 lid 3 BW Pro overgaat op de nieuwe verhuurder.
4.14.
Duwo heeft in haar nadere akte te kennen gegeven de servicekostenafrekeningen te hebben aangepast en die aan [eiser] te zullen verstrekken. Op dit moment is onduidelijk of dit daadwerkelijk is gebeurd, zodat Duwo zal worden veroordeeld dit alsnog te doen voor zover dit nog niet is gebeurd. De kantonrechter ziet geen aanleiding hieraan een dwangsom te verbinden, omdat de kantonrechter er niet aan twijfelt dat Duwo deze stukken alsnog zal verstrekken.
4.15.
Duwo heeft ter zitting aangeboden inzage te geven in de facturen die aan de afrekening servicekosten ten grondslag liggen. Tussen partijen is in geschil of deze inzage inmiddels is gegeven. Nu [eiser] deze inzage niet vordert, kan de kantonrechter hier geen beslissing over nemen. Duwo heeft echter in haar nadere akte te kennen gegeven de facturen die aan de afrekening servicekosten ten grondslag liggen, aan [eiser] te verstrekken. De kantonrechter gaat ervan uit dat Duwo dit ook zal doen.
4.16.
[eiser] vordert onder III verder dat Duwo de te veel betaalde voorschotten aan hem terugbetaalt. Uit de akte van Duwo blijkt dat bij de afrekening van de servicekosten gebruik is gemaakt van onjuiste meterstanden en dat zij de servicekosten daarop heeft aangepast. Duwo zal dan ook worden veroordeeld om de te veel betaalde voorschotten aan [eiser] terug te betalen. [eiser] heeft weliswaar bezwaar gemaakt dat deze te veel betaalde voorschotten met een eventuele huurachterstand zal worden verrekend, maar uit de akte van Duwo volgt dat de verrekening met de huurachterstand ziet op de ten onrechte in rekening gebracht btw op de facturen van de huur en dus niet op de afrekening servicekosten. Nu [eiser] ten aanzien van de facturen (vordering onder IV) geen betaling vordert, gaat de kantonrechter aan dit bezwaar van [eiser] voorbij.
Facturen
4.17.
Vaststaat dat Duwo pas vanaf januari 2022 verhuurder is geworden. Dit betekent dat zij niet is gehouden de facturen over het jaar 2021 aan [eiser] te verstrekken, want dit is geen kernbeding in de zin van artikel 7:226 lid 3 BW Pro. De facturen over het jaar 2022 heeft Duwo bij haar conclusie van antwoord verstrekt, waardoor [eiser] geen belang meer heeft bij dit gedeelte van zijn vordering. Gelet hierop zal de kantonrechter de vordering onder IV afwijzen.
Geen onrechtmatige daad
4.18.
De kantonrechter ziet niet in op welke wijze Duwo onrechtmatig jegens [eiser] zou hebben gehandeld. Zelfs indien zou worden uitgegaan van de juistheid van de stelling van [eiser] dat zich op [adres] concurrerende bedrijven bevinden die tegen gunstigere voorwaarden een huurovereenkomst met Duwo hebben gesloten, hetgeen overigens Duwo betwist, dan kan niet worden geconcludeerd dat Duwo door op die wijze te handelen enige wettelijke dan wel contractuele verplichting jegens [eiser] heeft geschonden. Het staat Duwo immers vrij met andere huurders overeenkomsten te sluiten tegen andere voorwaarden dan waartegen de huurovereenkomst met [eiser] is gesloten. [eiser] heeft verder niet geconcretiseerd op welke grond het Duwo niet zou zijn toegestaan ruimtes in [adres] te verhuren aan bedrijven die vergelijkbaar zijn aan het bedrijf van [eiser] . De kantonrechter begrijpt dat het voor [eiser] vervelend kan zijn als hij concurrentie heeft, maar hij heeft onvoldoende toegelicht en onderbouwd dat daarmee ook direct sprake is van
oneerlijkeconcurrentie. Bovendien heeft [eiser] niet geconcretiseerd waaruit zijn schade zou bestaan. Gelet hierop is de kantonrechter van oordeel dat niet kan worden geconcludeerd dat Duwo onrechtmatig jegens [eiser] heeft gehandeld. De vordering onder V wordt dan ook afgewezen.
Isolatiemaatregelen
4.19.
De vordering onder VII wordt eveneens afgewezen. [eiser] heeft immers onvoldoende geconcretiseerd welke schade hij heeft geleden door het plaatsen van isolatiemateriaal in het gehuurde. Op grond van de huurovereenkomst (zie hiervoor onder 2.3.) was [eiser] verplicht maatregelen te nemen om geluidsoverlast te voorkomen. Hij heeft aan deze verplichting voldaan. Het is de kantonrechter niet duidelijk geworden waarom Duwo volgens [eiser] zou zijn gehouden de kosten van deze maatregelen aan hem terug te betalen. [eiser] heeft niet onderbouwd dat Duwo met betrekking tot het nemen van dergelijke maatregelen met andere huurders andere afspraken heeft gemaakt. Duwo heeft dit overigens ook betwist. Bovendien staat het Duwo echter, als zou worden gegaan dat Duwo met andere huurders andere afspraken zou hebben gemaakt over maatregelen met betrekking tot geluidsoverlast, vrij dit te doen. [eiser] heeft onvoldoende toegelicht en onderbouwd op welke wijze Duwo door het aangaan van dergelijke overeenkomsten, onrechtmatig jegens hem zou hebben gehandeld.
Proceskosten
4.20.
Duwo is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
122,35
- griffierecht
90,00
- verletkosten
50,00
- nakosten
21,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
283,85

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt Duwo tot herstel van het luchtventilatiesysteem door de servomotor van Honeywell te repareren dan wel op de juiste wijze te monteren, voor zover dit nog niet is gebeurd,
5.2.
stelt vast dat de huurprijs vanaf juli 2021 in de maanden juni, juli en augustus wordt verminderd met 25 %, totdat het gebrek in het gehuurde (herstel van het luchtventilatiesysteem als bedoeld onder 5.1.) is verholpen,
5.3.
veroordeelt Duwo tot het verstrekken van de gecorrigeerde servicekostenafrekeningen over de jaren 2022, 2023 en 2024, voor zover dit nog niet is gebeurd,
5.4.
veroordeelt Duwo tot (terug)betaling van de te veel betaalde voorschotten servicekosten over de jaren 2022, 2023 en 2024,
5.5.
veroordeelt Duwo in de proceskosten van € 283,85, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Duwo niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.D. Coumou en in het openbaar uitgesproken op 16 juli 2026.
598