ECLI:NL:RBAMS:2026:7585

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
14 juli 2026
Publicatiedatum
23 juli 2026
Zaaknummer
C/13/790060 / FA RK 26-5108
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging voor twaalf maanden wegens actueel ernstig nadeel door psychische stoornis

De rechtbank Amsterdam heeft op 14 juli 2026 een zorgmachtiging verleend voor de duur van twaalf maanden aan betrokkene, geboren in 1984, die verblijft bij GGZinGeest. De machtiging volgt op een verzoek van de officier van justitie en is gebaseerd op een medische verklaring en een onafhankelijk psychiatrisch onderzoek.

Hoewel de onafhankelijke psychiater betrokkene niet persoonlijk kon onderzoeken, heeft de rechtbank geoordeeld dat het onderzoek zorgvuldig en conform de wettelijke vereisten is uitgevoerd. Betrokkene lijdt aan een psychose binnen het schizofreniespectrum en een stoornis in het middelengebruik, wat leidt tot ernstig en actueel nadeel zoals levensgevaar, lichamelijk letsel, psychische schade en maatschappelijke teloorgang.

De rechtbank verwierp het verweer van betrokkene en zijn advocaat dat geen sprake is van recent ernstig nadeel en dat vrijwillige zorg mogelijk is. Gezien het risico dat betrokkene medicatie zal staken zonder verplichte zorg, acht de rechtbank een zorgmachtiging noodzakelijk. De toegewezen maatregelen omvatten onder meer medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperkingen, insluiting en toezicht, en beperkingen in het gebruik van communicatiemiddelen.

De zorgmachtiging geldt tot en met 14 juli 2027 en is mondeling uitgesproken door rechter E. Dinjens. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor twaalf maanden wegens actueel ernstig nadeel door een psychische stoornis.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/13/790060 / FA RK 26/5108
Datum uitspraak: 14 juli 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1984 in [geboorteplaats] ,
wonende aan [adres] ,
verblijvende bij GGZinGeest, locatie [locatie] te [plaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat mr. W.P.A. Vos.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in haar beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op
24 juni 2026.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 14 juli 2026 bij GGZinGeest, locatie [locatie] te [plaats] . Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • de heer [naam 1] , psychiater;
  • de heer [naam 2] , verpleegkundige FACT.
1.3.
De officier van justitie is niet gehoord, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2.Het verzoek

2.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging voor de duur van twaalf maanden te verlenen.

3.De beoordeling

3.1.
Uit de medische verklaring van 18 juni 2026 blijkt dat de onafhankelijk psychiater betrokkene niet heeft kunnen onderzoeken. Volgens vaste rechtspraak dient de psychiater het in de Wvggz voor de diverse vormen van verplichte zorg voorgeschreven medische onderzoek in beginsel zo te verrichten dat hij de betrokkene in een direct contact, dat wil zeggen in diens fysieke aanwezigheid, spreekt en observeert. Dit is slechts anders indien dat redelijkerwijs niet mogelijk is.
3.2.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de psychiater, hoewel geen persoonlijk contact met betrokkene heeft plaatsgevonden, datgene gedaan wat redelijkerwijs verwacht kon worden om het onderzoek fysiek te laten plaatsvinden. De onafhankelijke psychiater heeft naar het oordeel van de rechtbank voldoende ondernomen om het onderzoek in de fysieke aanwezigheid van betrokkene te doen plaatsvinden. Zo is de onafhankelijk psychiater drie keer bij de woning van betrokkene langs geweest, onder meer in aanwezigheid van de moeder en zus van betrokkene. Ook is betrokkene door de onafhankelijke psychiater op locatie uitgenodigd en uitgenodigd (telefonisch) contact op te nemen. Via moeder en zus is met betrokkene gecommuniceerd over het psychiatrisch onderzoek, waardoor betrokkene in ieder geval op de hoogte was van het eerste en derde huisbezoek van de onafhankelijk psychiater. De psychiater heeft vervolgens door onderzoek van het dossier en het verkrijgen van actuele informatie van derden getracht inzicht te verkrijgen in de actuele gezondheidstoestand van betrokkene en de noodzaak tot het treffen van de beoogde maatregel. Naar het oordeel van de rechtbank is zij hierin geslaagd. Daaraan doet niet af, hoewel de mogelijkheid hiertoe bestond, dat de onafhankelijk psychiater niet bij betrokkene langs is geweest toen hij eenmaal in de accommodatie was opgenomen. Er is derhalve sprake van een zorgvuldig onderzoek dat als basis kan dienen voor de te nemen beslissing.
3.3.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
3.4.
Anders dan de advocaat namens betrokkene bepleit, is de rechtbank van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk een psychose in het kader van een schizofreniespectrum- of ander psychotische stoornis en een stoornis in het gebruik van middelen. De rechtbank heeft geen redenen te twijfelen aan het deskundig oordeel van de behandelaren en de onafhankelijk psychiater.
3.5.
Namens betrokkene bepleit de advocaat dat geen sprake is van recent ernstig nadeel. De rechtbank volgt dit eveneens niet en is van oordeel dat deze stoornis ernstig en actueel nadeel veroorzaakt. Dit nadeel bestaat uit:
  • levensgevaar;
  • ernstig lichamelijk letsel;
  • ernstige psychische schade;
  • maatschappelijke teloorgang.
3.6.
In de medische verklaring d.d. 18 juni 2026 wordt met name ernstig nadeel aangehaald zoals dit zich voordeed ten tijde van de voorlaatste opname van betrokkene in de accommodatie. Daargelaten dat een nieuwe decompensatie van het psychiatrisch toestandsbeeld van betrokkene mogelijk ook opnieuw kan leiden tot het in de medische verklaring genoemde ernstig nadeel, blijkt uit de bij het verzoekschrift gevoegde politiemutaties ook van actueel ernstig nadeel. Zo zijn er in maart 2026 enkele politiemutaties waarbij betrokkene volgens deze mutaties overlast bij zijn buren veroorzaakt door te schreeuwen, schelden en met spullen te gooien. Van april 2026 dateert een politiemutatie, waarbij betrokkene na vernieling van een auto in beeld raakt. Daarbij zijn deze politiemutaties van na de voorlaatste opname van betrokkene in de accommodatie. Tezamen met de constatering dat betrokkene recent zonder te kijken één of meerdere spullen van zijn balkon van driehoog gooide en de woning van zijn buurvrouw is binnengetreden, maakt dat nog altijd sprake is van ernstig nadeel.
3.7.
Om het ernstig nadeel af te wenden heeft betrokkene zorg nodig.
3.8.
De rechtbank volgt betrokkene en zijn advocaat ook niet in het subsidiaire standpunt om vrijwillige zorg aan betrokkene te bieden. Er bestaan naar het oordeel van de rechtbank namelijk geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. De rechtbank is er onvoldoende van overtuigd dat betrokkene achter de door de behandelaars noodzakelijk geachte antipsychotica staat. Zonder zorgmachtiging bestaat naar het oordeel van de rechtbank de vrees dat betrokkene deze medicatie zal staken. Daarom is verplichte zorg nodig. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Dat betrokkene op dit moment trouw zijn medicatie afhaalt heeft er volgens de psychiater mede mee te maken dat ook rustgevende medicatie wordt verstrekt en niet zozeer met de intrinsieke motivatie van betrokkene om antipsychotica te gebruiken.
3.9.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de mondelinge behandeling van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie gedurende twaalf maanden;
- het verrichten van medische controles gedurende twaalf maanden;
- het beperken van de bewegingsvrijheid gedurende telkens maximaal drie maanden;
- insluiten gedurende telkens maximaal één week;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene gedurende telkens maximaal één week;
- onderzoek aan kleding of lichaam gedurende twaalf maanden;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen gedurende twaalf maanden;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen gedurende twaalf maanden;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen en het houden aan afspraken met het ambulante behandelteam gedurende twaalf maanden;
- beperken van het recht op het ontvangen van bezoek gedurende telkens maximaal drie maanden;
- opnemen in een accommodatie gedurende telkens maximaal drie maanden.
3.10.
De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst, zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1.
verleent een zorgmachtiging voor
[betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1984 in [geboorteplaats], inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen als genoemd in 3.9. kunnen worden getroffen;
4.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 14 juli 2027.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 14 juli 2026 door mr. E. Dinjens, rechter, in aanwezigheid van mr. J.M. Vos, griffier en op schrift gesteld op
23 juli 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.