ECLI:NL:RBAMS:2026:7599

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
9 juli 2026
Publicatiedatum
23 juli 2026
Zaaknummer
C/13/790759 / HA RK 26-256
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verschoning
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 512 SvArt. 518 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot verschoning rechter wegens persoonlijke kenniskring

In deze zaak is een verzoek tot verschoning ingediend tegen een strafrechter van de rechtbank Amsterdam. Het verzoek is gebaseerd op het feit dat een procesdeelnemer deel uitmaakt van de persoonlijke kenniskring van de rechter, waardoor de rechter zich niet vrij voelt de zaak te behandelen.

De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 512 en Pro 518 van het Wetboek van Strafvordering. Gelet op de omstandigheden, waaronder het feit dat de rechter tot een jaar geleden op de kinderen van de aangeefster heeft gepast, is geoordeeld dat de rechterlijke onpartijdigheid mogelijk schade kan lijden.

Daarom is het verzoek tot verschoning toegewezen zonder mondelinge behandeling. De beslissing is op 8 juli 2026 mondeling gegeven en op 9 juli 2026 schriftelijk vastgelegd. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter is toegewezen wegens mogelijke schade aan de rechterlijke onpartijdigheid.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Wrakingskamer

Beslissing op het onder rekestnummer C/13/790759 HA RK 26-256 ingeschreven verzoek van:
mr. M.C. Danel, strafrechter bij de rechtbank Amsterdam, hierna: de rechter.

1.Verloop van de procedure

1.1.
Bij de afdeling Publiekrecht, team strafrecht van de rechtbank te Amsterdam is onder parketnummer [nummer] een zaak aanhangig met [naam] als verdachte, bijgestaan door mr. P.M. Rombouts als raadsman.

2.Het verzoek

2.1.
Aan het verzoek is ten grondslag gelegd dat een procesdeelnemer onderdeel uitmaakt van de persoonlijke kenniskring van de rechter.

3.De beoordeling

3.1.
Op grond van het bepaalde in artikel in artikel 518 van Pro het Wetboek van Strafvordering (hierna Sv) dient in een verschoningsprocedure te worden beslist of er sprake is van de in artikel 512 Sv Pro genoemde feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uit voormelde bepaling valt af te leiden dat de behandeling van een verschoningsverzoek, anders dan de behandeling van een wrakingsverzoek, niet ter terechtzitting behoeft plaats te vinden. De rechtbank zal daarom zonder mondelinge behandeling een beslissing nemen op het verzoek.
3.2.
Verschoning is een middel ter verzekering van (het vertrouwen in) de rechterlijke onpartijdigheid.
3.3.
Gelet op hetgeen de rechter heeft aangevoerd, te weten dat de aangeefster tot een jaar geleden op haar kinderen heeft gepast en zij zich daarom niet vrij voelt deze zaak te behandelen, is de Wrakingskamer van oordeel dat sprake is van zodanige omstandigheden dat de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Het verzoek zal daarom worden toegewezen.
4. Op grond van het vorenstaande wordt beslist als volgt.
De rechtbank:
- wijst het verzoek tot verschoning toe;
- beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 518, tweede lid Sv wordt toegezonden aan:
de rechter;
de raadsman van de verdachte, mr. P.M. Rombouts;
de officier van justitie, mr. S. Kunnen.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2026 door mrs. K.A. Brunner, voorzitter, I.M. Bilderbeek en T.L. Fernig-Rocour, leden, in tegenwoordigheid van mr. W.C. van Lavieren als griffier en schriftelijk uitgewerkt op 9 juli 2026.
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.