ECLI:NL:RBAMS:2026:7600
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter-commissaris wegens ontbreken vooringenomenheid
Op 22 juli 2026 diende een wrakingsverzoek tegen mr. W.M. de Vries, rechter-commissaris te Amsterdam, ingediend door verzoeker vertegenwoordigd door mr. E. Tamas. Het verzoek betrof vermeende vooringenomenheid van de rechter-commissaris in een spoedeisende ontruimingszaak van een pand.
De zaak betrof een vordering van de officier van justitie tot ontruiming van een pand wegens lekkages in de kelder en een geplande bezichtiging door kopers. Verzoeker stelde dat er geen spoedeisend belang was en dat er geen schriftelijke koopovereenkomst bestond. De rechter-commissaris stelde een verhelderende vraag aan een informant, de zoon van de eigenares, over de koopovereenkomst.
Verzoeker meende dat deze vraag de schijn van vooringenomenheid wekte omdat de rechter-commissaris vooruitliep op de vaststelling van een koopovereenkomst. De wrakingskamer oordeelde dat de rechter-commissaris slechts een verhelderende vraag stelde zonder inhoudelijk oordeel en dat er geen feiten of omstandigheden waren die een objectief gerechtvaardigde vrees vooringenomenheid rechtvaardigden.
De wrakingskamer verklaarde het verzoek kennelijk ongegrond en wees het af zonder mondelinge behandeling. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter-commissaris is afgewezen wegens het ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees vooringenomenheid.