ECLI:NL:RBAMS:2026:7613

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
21 juli 2026
Publicatiedatum
24 juli 2026
Zaaknummer
13-267905-25 (herstelvonnis)
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herstelvonnis wegens niet-ontvankelijkheid benadeelde partij in meer gevorderde vordering

Op 21 juli 2026 heeft de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam een herstelvonnis gewezen in een strafzaak tegen een verdachte geboren in 1987. Na het oorspronkelijke vonnis bleek dat in het dictum abusievelijk niet was vermeld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk werd verklaard in het meer gevorderde.

Deze niet-ontvankelijkheid was wel vermeld in rubriek 8.3 van het vonnis, maar ontbrak in het dictum, waardoor sprake was van een kennelijke misslag. De rechtbank heeft daarom het dictum aangevuld met de tekst dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in zijn vordering.

Het herstelvonnis betreft de zaken met parketnummers 13-267905-25 en 13-222518-25, die ter terechtzitting zijn gevoegd. De uitspraak is gedaan in aanwezigheid van de voorzitter en twee rechters, evenals de griffier.

Uitkomst: De benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard in het meer gevorderde, hetgeen in het dictum is hersteld.

Uitspraak

herstelvonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummers: 13-267905-25 (zaak A) en 13-222518-25 (zaak B)
(ter terechtzitting gevoegd)
Parketnummer vordering TUL: 23-002537-22
Datum uitspraak: 21 juli 2026
Herstelvonnis gewezen naar aanleiding van het op 21 juli 2026 door de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam gewezen vonnis in de strafzaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1987,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[BRP-adres] ,
nu gedetineerd in de [P.I.] .
De rechtbank is na het wijzen van het vonnis in de zaak met bovengenoemd parketnummer gebleken dat in het dictum van het vonnis abusievelijk niet is vermeld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard in het meer gevorderde.
Het betreft hier een kennelijke misslag. In het vonnis wordt in rubriek 8.3 wel vermeld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is voor het (meer) gevorderde onder b. en c.
Op basis van het bovenstaande vult de rechtbank het dictum van het vonnis op pagina 16 onder de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] (zaak B) aan met de tekst:
“Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in zijn vordering is.”
Dit herstelvonnis is op 21 juli 2026 gewezen door:
mr. C. Wildeman, voorzitter,
mrs. H.J. Bos en A.E. Wilbrink, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M.T. de Hertog, griffier.