Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Jeugdbescherming regio Amsterdam,
WILLIAM SCHRIKKER STICHTING,
locatie Amsterdam,
hierna te noemen: de Raad.
1.Het verdere verloop van de procedure
2.De feiten
3.De nadere standpunten
4.De beoordeling
C/13/772930) zijn de WSS en JBRA naar mediation verwezen. De reden hiervoor was dat JBRA wenste dat de WSS de voogdijmaatregel zou overnemen, maar de WSS weigerde hiermee in te stemmen. De mediation was bedoeld om onderling tot overeenstemming te komen. Deze mediation is vervolgens geslaagd, waarna de WSS en JBRA zich beiden hebben gecommitteerd om zich in te zetten voor de belangen van [minderjarige] . JBRA zou de voogd blijven, maar de WSS zou een contactpersoon aanstellen om JBRA van advies te voorzien. De kinderrechter vindt het dan ook onbegrijpelijk dat de WSS, na de oproep voor deze zitting, heeft laten weten niets met deze zaak te maken te hebben en, zo heeft JBRA ter zitting verklaard, ook geen ondersteunende rol voor JBRA in wenst te nemen. Daarmee onttrekt de WSS zich aan de verplichtingen die zij met de overeenkomst uit mediation is aangegaan en daarmee ook aan de verantwoordelijkheid die zij over deze kwetsbare minderjarige heeft. Deze nalatigheid van een professionele jeugdhulporganisatie acht de kinderrechter zeer kwalijk. De kinderrechter verwacht dan ook dat de WSS de komende periode wél haar verantwoordelijkheid neemt en JBRA zal ondersteunen bij het vinden van ondersteuning en hulpverlening voor [minderjarige] en moeder. De WSS heeft, gelet op de problematiek van [minderjarige] , immers de noodzakelijk expertise om de juiste hulpverleningsinstanties te vinden.
5.De beslissing
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.