ECLI:NL:RBAMS:2026:763

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
5 januari 2026
Publicatiedatum
29 januari 2026
Zaaknummer
C/13/781211 / FA RK 25/10170
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:7 WvggzArt. 7:4 WvggzAlgemene termijnenwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing machtiging tot voortzetting crisismaatregel op grond van Wvggz wegens onmiddellijk dreigend ernstig nadeel

De rechtbank Amsterdam heeft op 5 januari 2026 een verzoek van de officier van justitie toegewezen tot verlenging van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, geboren in 1991 in Hongarije.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling bleek dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, vermoedelijk katatonie bij een psychotisch beeld, die leidt tot onmiddellijk dreigend ernstig nadeel zoals ernstig lichamelijk letsel, ernstige verwaarlozing en agressie-uitingen. De situatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.

De rechtbank achtte de voorgestelde verplichte zorg noodzakelijk en evenredig, waaronder medicatie, medische controles, beperking van bewegingsvrijheid en toezicht. Betrokkene verzette zich tegen de zorg, maar er waren geen minder bezwarende alternatieven.

Namens betrokkene werd primair verzocht het verzoek af te wijzen wegens niet-naleving van termijnen, subsidiair wegens het ontbreken van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. De rechtbank oordeelde dat de termijnen juist waren toegepast, mede door toepassing van de Algemene termijnenwet, en dat het verzoek tijdig was ingediend.

De machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel werd verleend met een geldigheidsduur van drie weken, tot en met 26 januari 2026. De beschikking is mondeling gegeven en later schriftelijk uitgewerkt. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken wegens onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/781211 / FA RK 25/10170
kenmerk: VCM/IND/189644
Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
Beschikking van 5 januari 2026van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot verlenging van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene]
,
geboren op [geboortedatum] 1991 te [geboorteplaats] (Hongarije),
verblijvende te [verblijfplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. S.V. Jansen te Zoetermeer,
zorgaanbieder: Arkin.

1.Procesverloop

Bij verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 30 december 2025, heeft de officier van justitie verzocht om verlenging van de op 29 december 2025 opgelegde crisismaatregel.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 5 januari 2026 in het gebouw van de zorgaanbieder.
Ter zitting heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door een tolk in de Hongaarse taal;
- de raadsman;
- dhr. [naam 1] , psychiater;
- mw. [naam 2] , arts.
Betrokkene is gehoord in de ruimte voor de separeercel.
Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen.

2.Beoordeling

2.1.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in: ernstig lichamelijk letsel, ernstige verwaarlozing en de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen
oproept.
Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van katatonie bij onderliggend waarschijnlijk psychotisch beeld. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
2.2.
De rechtbank is van oordeel dat van de zorg die is genoemd in de crisismaatregel, de volgende vormen van zorg noodzakelijk zijn om het nadeel af te wenden:
  • toedienen van vocht en voeding;
  • toedienen van medicatie;
  • het verrichten van medische controles;
  • het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
  • beperken van de bewegingsvrijheid;
  • insluiten;
  • uitoefenen van toezicht op betrokkene;
  • onderzoek aan kleding of lichaam;
  • onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
  • controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
  • opnemen in een accommodatie.
2.3.
De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief
.Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.4.
Namens betrokkene is door de raadsman primair verzocht het verzoek af te wijzen, omdat niet is voldaan aan de termijnen van de wet. Subsidiair is verzocht het verzoek af te wijzen omdat er geen sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. Er is geen acute noodzaak en gevaar dus moet niet het zwaarste middel van een crisismaatregel worden ingezet.
De arts heeft aangegeven dat er werd gedacht aan katatonie. Betrokkene was aan het bonken en schreeuwen en is daarom overgeplaatst. Bij betrokkene is sprake van schizofrenie en hij is oninvoelbaar. Hij heeft anti psychotica gekregen en het gaat iets beter. Betrokkene heeft mooie doelen, om die te bereiken is het nodig om de behandeling voort te zetten.
De officier van justitie heeft schriftelijk laten weten dat op grond van art 7:7 Wvggz Pro de officier uiterlijk op de dag na de datum van ontvangst van de stukken een verzoekschrift moet indienen voor een machtiging tot voortzetting: niet zijnde en zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag als bedoeld in de Algemene Termijnenwet. Op grond van de (regeling bij de) Algemene termijnenwet is 2 januari 2026
gelijkgesteld met een algemeen erkende feestdag. Hierdoor worden eventuele termijnen die aflopen op die dag verlengd (zie ook artikel 7:4 Wvggz Pro). Er kan dus op 5 januari 2026 worden beslist op de vcm.
Gelet op artikel 7:4 Wvggz Pro moet naar het oordeel van de rechtbank dit artikel zo begrepen worden dat de geldigheidsduur van de crisismaatregel ook in een geval als hier aan de orde wordt verlengd tot en met de eerstvolgende dag die geen zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is. Dat wil zeggen: tot en met maandag 5 januari 2026. Daarbij acht de rechtbank het eerder in het belang van betrokkene en de maatschappij dat behandeling op dit moment wordt voortgezet. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het verzoek tijdig is ingediend en de crisismaatregel kan worden toegewezen.
2.5.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.

3.Beslissing

De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van [betrokkene]
,geboren op [geboortedatum] 1991 te [geboorteplaats] (Hongarije), voor zover het de in rechtsoverweging 2.2 genoemde vormen van verplichte zorg betreft;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 26 januari 2026;
Deze beschikking is op 5 januari 2026 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door
mr. H.P.E. Has, rechter, bijgestaan door D.L. Overduin als griffier en op 29 januari 2026 schriftelijk uitgewerkt.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open
.