ECLI:NL:RBAMS:2026:7630

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
1 juni 2026
Publicatiedatum
24 juli 2026
Zaaknummer
C/13/788132 / JE RK 26-393
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6.1.2 Jw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging gesloten jeugdhulp voor minderjarige wegens veiligheidsrisico's en gedragsproblemen

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) tot machtiging voor gesloten jeugdhulp voor een minderjarige die herhaaldelijk met messen is aangetroffen en betrokken was bij een messengevecht. De minderjarige vertoont ernstig risicovol gedrag en loopt weg uit open zorginstellingen, waardoor een open setting onvoldoende is om hem te begrenzen.

De kinderrechter heeft de zitting met gesloten deuren gehouden, waarbij de minderjarige, zijn advocaat, de GI en pleegouders aanwezig waren. De moeder was niet verschenen. De GI handhaafde het verzoek en benadrukte de noodzaak van gesloten plaatsing vanwege veiligheidszorgen voor de minderjarige en de maatschappij. De minderjarige verzocht afwijzing van het verzoek en wilde terug naar zijn pleegouders of een andere zorginstelling.

De kinderrechter oordeelde dat gesloten jeugdhulp noodzakelijk is vanwege ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de minderjarige belemmeren. Er is geen minder ingrijpende mogelijkheid gebleken. Omdat er momenteel geen geschikte gesloten plek beschikbaar is, verblijft de minderjarige voorlopig in een open groep, waar hij geen behandeling of onderwijs volgt, wat zorgelijk is.

De machtiging wordt verleend voor drie maanden in plaats van zes, om de situatie tussentijds te kunnen evalueren. De GI is niet verplicht de machtiging te gebruiken als de minderjarige zich aan afspraken houdt en zijn gedrag verbetert. De kinderrechter benadrukt het belang van passend onderwijs en behandeling en houdt een vinger aan de pols voor de voortgang.

Uitkomst: De kinderrechter verleent een machtiging voor gesloten jeugdhulp voor drie maanden vanwege ernstige gedragsproblemen en veiligheidsrisico's.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/13/788132 / JE RK 26-393
Datum uitspraak: 1 juni 2026
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2011 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] ,
advocaat mr. mr. M.R.P. Hoppenbrouwers uit Amsterdam.
De kinderrechter merkt naast [minderjarige] als belanghebbende aan:
[pleegouders],
hierna te noemen de pleegouders,
wonende te [woonplaats 1] .
De kinderrechter merkt als informant aan:
[moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats 2] .

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • de spoedbeschikking van 22 mei 2026;
  • de instemmingsverklaring van een gedragswetenschapper die [minderjarige] in persoon heeft gesproken van 28 mei 2026.
1.2.
Op 1 juni 2026 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:
- [minderjarige] met zijn advocaat;
- [naam], namens de GI;
- de pleegouders.
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover voorafgaand aan de zitting een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
1.4.
De moeder is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen.

2.De feiten

2.1.
Bij beschikking van 11 oktober 2016 van de rechtbank Rotterdam is het gezag van moeder over [minderjarige] beëindigd en is de GI belast met de voogdij over [minderjarige] .
2.2.
Bij beschikking van 22 mei 2026 is een spoedmachtiging gesloten plaatsing verleend voor de duur van twee weken, onder aanhouding van het resterende deel van het verzoek. [minderjarige] verblijft sinds het verlenen van deze machtiging bij [zorginstelling 1] in [plaats].

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt een machtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van zes maanden.

4.De standpunten

4.1.
De GI heeft tijdens de zitting het verzoek gehandhaafd en het volgende naar voren gebracht. Sinds het spoedverzoek is [minderjarige] nog twee keer opgepakt door de politie, waarbij hij beide keren een mes bij zich droeg. De GI maakt zich dan ook niet alleen zorgen over de veiligheid van [minderjarige] , maar ook over de veiligheid van de maatschappij. Een open setting is op dit moment onvoldoende om deze veiligheid te garanderen. [minderjarige] blijft zich namelijk onttrekken aan het toezicht door weg te lopen en niemand te laten weten waar hij is.
Er is op dit moment nog geen gesloten plek voor [minderjarige] gevonden. [minderjarige] kan nu nog bij de open groep van [zorginstelling 1] verblijven, maar daar bieden ze niet de noodzakelijke gesloten zorg. De GI heeft [minderjarige] nu aangemeld bij de intensieve jeugdzorg + groep van [zorginstelling 2], maar [minderjarige] moet daar nog voor worden gescreend en er is dit moment geen plek beschikbaar. In de tussentijd zou [minderjarige] eventueel bij [zorginstelling 3] terecht kunnen, zodat hij in ieder geval al aan behandeling kan beginnen. De GI is ook bezig met het vinden van passend onderwijs voor [minderjarige] , mogelijk in de vorm van [onderwijsinstelling]. Een moeilijkheid is dat [minderjarige] niet of nauwelijks te motiveren is voor onderwijs.
4.2.
Namens en door [minderjarige] is verzocht het verzoek af te wijzen. [minderjarige] wil absoluut niet gesloten geplaatst worden en is het niet eens met de zorgen die over hem genoemd worden door de GI. [minderjarige] wil het liefst terug naar zijn pleegouders of naar [zorginstelling 2]. In het geval het verzoek niet wordt afgewezen wordt verzocht de machtiging voor kortere duur te verlenen, te weten twee of drie maanden. Er is nog veel onduidelijkheid over de vervolgplek van [minderjarige] . Op dit moment verblijft hij bij [zorginstelling 1] en er is nog geen concreet zicht op een passende gesloten plek. Bij [zorginstelling 1] volgt [minderjarige] geen onderwijs en krijgt hij geen behandeling. Dit is onacceptabel voor een jongen van zijn leeftijd en ook zonde, omdat [minderjarige] wél voor zowel onderwijs als behandeling enigszins gemotiveerd is. Door de machtiging voor kortere duur te verlenen, wordt [minderjarige] ook de kans geboden om de komende periode te laten zien dat hij wel degelijk in staat is zich aan de regels en afspraken te houden. De gesloten machtiging hoeft dan mogelijk niet eens gebruikt te worden.
4.3.
De pleegouders hebben tijdens de zitting naar voren gebracht dat zij zich ernstige zorgen maken over het wegloopgedrag van [minderjarige] en dat hij meerdere keren met een mes is aangetroffen. Er is al heel veel geprobeerd maar het lukt maar niet om [minderjarige] zich aan afspraken te laten houden. Pleegouders willen vooral dat [minderjarige] veilig is.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Er zijn grote zorgen over de risicovolle situaties waar [minderjarige] zich in bevindt door telkens weg te lopen en met messen over straat te gaan, wat recent zelfs tot een messengevecht heeft geleid waar [minderjarige] bij betrokken was. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die hij nodig heeft. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen. [1] Een gesloten setting is noodzakelijk omdat [minderjarige] in een open setting onvoldoende begrenzing kan worden geboden en hij blijft weglopen.
5.2.
Omdat de voogdij over [minderjarige] bij de GI berust, is een ondertoezichtstelling van [minderjarige] niet vereist. [2]
5.3.
Op dit moment is er echter helaas geen geschikte gesloten plek voor [minderjarige] beschikbaar. Voorlopig zal [minderjarige] dan ook bij de open groep van [zorginstelling 1] verblijven. Mogelijk dat hij uiteindelijk terecht kan bij de intensieve jeugdzorg + groep van [zorginstelling 2], maar daar is nu geen plek beschikbaar en [minderjarige] moet nog worden gescreend. [minderjarige] heeft eerder positieve ervaringen bij [zorginstelling 2] gehad en zou daar graag terugkeren. De kinderrechter vindt het zorgelijk dat [minderjarige] op dit moment geen behandeling en onderwijs volgt. De kinderrechter vindt het belangrijk dat [minderjarige] naar school gaat met een intensief programma, zoals [onderwijsinstelling]. Tegelijkertijd moet dit programma ook niet té intensief zijn om te voorkomen dat [minderjarige] wordt overvraagd.
5.4.
Het spreekt voor zich dat het te betreuren is dat er nog geen geschikte gesloten plek is gevonden voor [minderjarige] . Tegelijkertijd biedt dit [minderjarige] ook een kans om te laten zien dat hij zijn gedrag kan veranderen, nu hij zelf heeft aangegeven dat hij beslist niet in een gesloten instelling wil worden geplaatst. Dit houdt in dat [minderjarige] zich houdt aan de regels en afspraken op de groep, niet wegloopt en zich actief inzet voor school en behandeling. Dat de GI deze machtiging krijgt, betekent namelijk niet dat zij verplicht zijn die te gebruiken.
5.5.
Gezien de onduidelijkheid over de vervolgplek van [minderjarige] , het ontbreken van behandeling en dagbesteding en de mogelijkheid dat [minderjarige] zijn gedrag zelf zal verbeteren, vindt de kinderrechter het belangrijk om een vinger aan de pols te houden en eerder dan de verzochte zes maanden te beoordelen of de machtiging nog noodzakelijk is. De kinderrechter verleent de machtiging voor gesloten plaatsing daarom voor de duur van drie maanden, onder aanhouding van het resterende deel van het verzoek.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verleent een machtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 22 mei 2026 tot 22 augustus 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
6.3.
houdt iedere verdere beslissing op het verzoek aan tot de zitting op een nader te bepalen datum gelegen vóór 22 augustus 2026, bij voorkeur bij mr. C.F. de Lemos Benvindo;
6.4.
beveelt de oproep van de GI, [minderjarige] en zijn advocaat en pleegouders voor de zitting op een nader te bepalen datum gelegen vóór 22 augustus 2026, bij voorkeur bij mr. C.F. de Lemos Benvindo;
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 1 juni 2026 door mr. C.F. de Lemos Benvindo, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. A.J.A. Diederen als griffier, en op schrift gesteld op 19 juni 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet (Jw).
2.Artikel 6.1.2, derde lid, onder b, Jw.