Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling
zes weken.
3.Beslissing
.
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde op 10 juli 2026 het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) tot machtiging van voortzetting van de inbewaringstelling van betrokkene, een patiënt met de ziekte van Alzheimer. De burgemeester had op 6 juli 2026 een last tot inbewaringstelling afgegeven vanwege onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.
Uit de medische stukken en de zitting bleek dat betrokkene ernstige gezondheidsrisico's loopt, waaronder levensgevaar, ernstige verwaarlozing en risico's voor de algemene veiligheid. De onafhankelijke arts rapporteerde dat betrokkene onvoldoende drinkt en eet, medicatie niet correct gebruikt, en risicovol gedrag vertoont zoals autorijden zonder beoordeling en roken ondanks brandgevaar.
De rechtbank oordeelde dat voortzetting van de inbewaringstelling noodzakelijk is om het ernstig nadeel te voorkomen, en dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn. Het aanbod van de zoon om thuiszorg te bieden kon niet worden meegewogen omdat hij nog in het buitenland verblijft. De machtiging werd verleend voor een periode van zes weken, tot en met 21 augustus 2026.
Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling voor zes weken wegens onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.