ECLI:NL:RBAMS:2026:7654

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
10 juli 2026
Publicatiedatum
24 juli 2026
Zaaknummer
C/13/790637 / FA RK 26/5376
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 37 Wet zorg en dwang
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging voortzetting inbewaringstelling wegens ernstig nadeel door Alzheimer

De rechtbank Amsterdam behandelde op 10 juli 2026 het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) tot machtiging van voortzetting van de inbewaringstelling van betrokkene, een patiënt met de ziekte van Alzheimer. De burgemeester had op 6 juli 2026 een last tot inbewaringstelling afgegeven vanwege onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.

Uit de medische stukken en de zitting bleek dat betrokkene ernstige gezondheidsrisico's loopt, waaronder levensgevaar, ernstige verwaarlozing en risico's voor de algemene veiligheid. De onafhankelijke arts rapporteerde dat betrokkene onvoldoende drinkt en eet, medicatie niet correct gebruikt, en risicovol gedrag vertoont zoals autorijden zonder beoordeling en roken ondanks brandgevaar.

De rechtbank oordeelde dat voortzetting van de inbewaringstelling noodzakelijk is om het ernstig nadeel te voorkomen, en dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn. Het aanbod van de zoon om thuiszorg te bieden kon niet worden meegewogen omdat hij nog in het buitenland verblijft. De machtiging werd verleend voor een periode van zes weken, tot en met 21 augustus 2026.

Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling voor zes weken wegens onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/790637 / FA RK 26/5376
Machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling
Beschikking van 10 juli 2026naar aanleiding van het door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling als bedoeld in artikel 37 van Pro de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1943,
wonende te [adres 1],
verblijvende te [adres 2],
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. E.M. Kooij te Noordwijkerhout,
zorgaanbieder: Amstelring, locatie [locatie].

1.Procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 7 juli 2026.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 10 juli 2026, in het gebouw van de zorgaanbieder. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene;
- de raadsvrouw;
- mw. [naam], arts;
- dochter en schoonzoon van betrokkene.

2.Beoordeling

2.1.
Op 6 juli 2026 heeft de burgemeester van de gemeente [gemeente] ten behoeve van de betrokkene een last tot inbewaringstelling afgegeven.
2.2.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel waardoor een rechterlijke machtiging niet kan worden afgewacht. Het ernstig vermoeden bestaat dat het gedrag van de betrokkene als gevolg van de ziekte van Alzheimer dit ernstig nadeel veroorzaakt.
2.3.
Het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel is gelegen in: levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige materiële schade, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
De onafhankelijke arts beschrijft dat betrokkene viermaal daags thuiszorg ontvangt. Zij mogen echter enkel een praatje maken of toezien dat zij de medicatie tot zich neemt. Het eten mag niet klaargezet worden voor haar, dit doet zij zelf. Als de thuiszorg dit wel doet, dan ageert betrokkene. Er zijn ernstige zorgen hierover, omdat zij in korte tijd van 34.5 naar 32.9 kilogram is afgevallen. De thuiszorg merkt daarbij op dat betrokkene ook onvoldoende drinkt. Zij weigert de extra zorg die zij dan willen bieden. Betrokkene heeft pufjes die zij in eigen beheer wil houden. Deze worden beschimmeld teruggevonden. Zij vindt dit niet vies en geeft aan dat dit geen schimmel is en dat het erbij hoort. Zij laat zich hierop niet sturen. De pufjes worden gecontroleerd en regelmatig wordt er een nieuwe aangeleverd omdat de oude beschimmeld is. Zij houdt zich niet aan de dosering van de pufjes, zodat zij regelmatig benauwd is. Ook in het gesprek maakt zij op momenten van stress een benauwde indruk. Betrokkene rijdt nog auto zonder dat er een beoordeling door het CBR is geweest na het vaststellen van de diagnose dementie. Recent is schade ontdekt aan de auto. Het is onduidelijk hoe deze tot stand is gekomen. Betrokkene rookt, wat zij zelf ontkent, maar wel door de thuiszorg wordt gezien. De thuiszorg heeft gezien dat betrokkene smeulende peuken in de prullenbak gooit. Hierdoor ontstaat de kans op brand. Ook blijft de voordeur overdag open staan, waarbij zij risico loopt voor haar eigen veiligheid.
2.4.
Om het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel te voorkomen dan wel af te wenden is voortzetting van de inbewaringstelling noodzakelijk en er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
2.5.
Betrokkene en haar zoon verzetten zich tegen een voortzetting van het verblijf in de accommodatie.
2.6.
De raadsvrouw heeft namens betrokkene naar voren gebracht dat zij het vervelend vindt hoe de informatie op papier is gekomen en dat betrokkene het daar niet mee eens is. Dochter (tevens mentor) en zoon kijken ook verschillend naar het verzoek. Zoon heeft aangegeven voor langere tijd naar Nederland te willen komen en 24 uur voor betrokkene te zullen zorgen en bij zijn moeder in te gaan wonen. Hij kan dus regelen dat betrokkene thuis nog zorg kan krijgen.
De arts heeft aangegeven dat de informatie die is opgeschreven door de specialist ouderengeneeskunde vanuit de casemanager dementie en de huisarts is gekomen.
2.7.
De rechtbank baseert de beslissing op wat is opgeschreven door de onafhankelijke arts in de medische verklaring, de stukken in het dossier en de toelichting ter zitting van de aanwezigen. De zoon van betrokkene woont momenteel nog in het buitenland en is er dus niet. Zijn aanbod is op dit moment dan ook niet iets waar de rechtbank rekening mee kan houden.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat is voldaan aan de criteria voor een voortzetting van de inbewaringstelling. De machtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van
zes weken.

3.Beslissing

De rechtbank:
verleenthet verzoek tot voorzetting van de inbewaringstelling ten aanzien van:
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1943,
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 21 augustus 2026.
Deze beschikking is op 10 juli 2026 mondeling gegeven door mr. M.J.M. Marseille, rechter, en in het openbaar uitgesproken bijgestaan door D.L. Overduin als griffier en op 24 juli 2026 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open
.