ECLI:NL:RBAMS:2026:7656

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
10 juli 2026
Publicatiedatum
24 juli 2026
Zaaknummer
C/13/790693 / FA RK 26/5405
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 37 Wet zorg en dwang
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voortzetting rechterlijke machtiging tot inbewaringstelling wegens onmiddellijk dreigend ernstig nadeel

De rechtbank Amsterdam behandelde op 10 juli 2026 het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) tot voortzetting van de inbewaringstelling van betrokkene, geboren in 1963, die verblijft bij zorgaanbieder AMSTA. De burgemeester had op 6 juli 2026 een last tot inbewaringstelling afgegeven vanwege onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.

Uit de stukken en de mondelinge behandeling bleek dat betrokkene lijdt aan een ongespecificeerde neurocognitieve stoornis die ernstig nadeel veroorzaakt, waaronder levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Betrokkene is onvoldoende in staat voor zichzelf te zorgen, verbleef in een ernstig vervuilde woning en is recent weggelopen uit het verpleeghuis, waarna hij in verwarde toestand en met hoge bloedsuikerspiegel op de spoedeisende hulp werd opgenomen.

De rechtbank oordeelde dat voortzetting van de inbewaringstelling noodzakelijk is om het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel te voorkomen, en dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn. Betrokkene verzet zich tegen opname en wil naar huis, maar geeft geen verdere verklaring. De raadsman benadrukte dat betrokkene helder van geest is en dat nader onderzoek naar de diagnose volgt.

De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling tot en met 21 augustus 2026. De beschikking is mondeling gegeven en later schriftelijk uitgewerkt en ondertekend. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent de voortzetting van de inbewaringstelling tot en met 21 augustus 2026 wegens onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/790693 / FA RK 26/5405
Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf
Beschikking van 10 juli 2026,naar aanleiding van het door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling als bedoeld in artikel 37 van Pro de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1963,
wonende te [adres 1],
verblijvende te [adres 2],
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. W. van Vliet te Diemen,
zorgaanbieder: AMSTA, locatie [locatie].

1.Procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 7 juli 2026.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 10 juli 2026, in het gebouw van de zorgaanbieder. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene;
- de raadsman;
- mw. [naam 1], arts;
- [naam 2], verzorgende.

2.Beoordeling

2.1.
Op 6 juli 2026 heeft de burgemeester van de gemeente Amsterdam ten behoeve van de betrokkene een last tot inbewaringstelling afgegeven.
2.2.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel waardoor een rechterlijke machtiging niet kan worden afgewacht. Het ernstig vermoeden bestaat dat het gedrag van de betrokkene als gevolg van zijn ongespecificeerde neurocognitieve stoornis ernstig nadeel veroorzaakt.
2.3.
Het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel is gelegen in: levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Betrokkene is in onvoldoende mate in staat voor zijn eigen gezondheid en huishouden te zorgen. Voor opname woonde betrokkene in een ernstig vervuilde woning, die uiteindelijk door de GGD moest worden gereinigd. Betrokkene verblijft inmiddels in een verpleeghuis maar is hier afgelopen weekend weggelopen. Hij werd in verwarde en vervuilde toestand op straat aangetroffen. Daarbij heeft hij essentiële medicatie (zoals insuline, bloedverdunners en Thiamine) niet ingenomen waardoor hij op de spoedeisende hulp is beland. Zijn bloedsuikerspiegel was veel te hoog. Tijdens opname laat betrokkene zijn urine en ontlasting vrijuit lopen en accepteert hij niet dat zorgmedewerkers hem helpen met verschonen
2.4.
Om het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel te voorkomen dan wel af te wenden is voortzetting van de inbewaringstelling noodzakelijk en er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
2.5.
Betrokkene verzet zich tegen een voortzetting van het verblijf in de accommodatie. Betrokkene geeft bij herhaling verbaal te kennen dat hij naar huis wil en niet opgenomen wil blijven maar geeft geen verdere verklaring waarom hij dit niet wil. Afgelopen weekend is hij weggelopen
vanuit de instelling naar zijn eigen woning. Vervolgens is hij op de eerste hulp terecht gekomen en aansluitend weer opgenomen in het verpleeghuis.
2.6.
De raadsman heeft namens betrokkene aangegeven dat hij graag naar huis wil. De situatie is nu anders dan bij binnenkomst. Betrokkene is helder van geest. Daarnaast heeft betrokkene een mentor die hem ook kent.
De arts heeft aangegeven verder onderzoek te willen doen naar de diagnose. Het is wachten tot betrokkene voldoende is hersteld zodat er een cognitieve screening kan plaatsvinden.
2.7.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat is voldaan aan de criteria voor een voortzetting van de inbewaringstelling. De machtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van
zes weken.

3.Beslissing

De rechtbank:
verleenthet verzoek tot voorzetting van de inbewaringstelling ten aanzien van
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1963,
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 21 augustus 2026.
Deze beschikking is op 10 juli 2026 mondeling gegeven door mr. M.J.M. Marseille, rechter, en in het openbaar uitgesproken bijgestaan door D.L. Overduin als griffier en op 24 juli 2026 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open
.