Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling
zes weken.
3.Beslissing
.
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde op 10 juli 2026 het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) tot voortzetting van de inbewaringstelling van betrokkene, geboren in 1963, die verblijft bij zorgaanbieder AMSTA. De burgemeester had op 6 juli 2026 een last tot inbewaringstelling afgegeven vanwege onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.
Uit de stukken en de mondelinge behandeling bleek dat betrokkene lijdt aan een ongespecificeerde neurocognitieve stoornis die ernstig nadeel veroorzaakt, waaronder levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Betrokkene is onvoldoende in staat voor zichzelf te zorgen, verbleef in een ernstig vervuilde woning en is recent weggelopen uit het verpleeghuis, waarna hij in verwarde toestand en met hoge bloedsuikerspiegel op de spoedeisende hulp werd opgenomen.
De rechtbank oordeelde dat voortzetting van de inbewaringstelling noodzakelijk is om het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel te voorkomen, en dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn. Betrokkene verzet zich tegen opname en wil naar huis, maar geeft geen verdere verklaring. De raadsman benadrukte dat betrokkene helder van geest is en dat nader onderzoek naar de diagnose volgt.
De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling tot en met 21 augustus 2026. De beschikking is mondeling gegeven en later schriftelijk uitgewerkt en ondertekend. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent de voortzetting van de inbewaringstelling tot en met 21 augustus 2026 wegens onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.