ECLI:NL:RBAMS:2026:7658

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
10 juli 2026
Publicatiedatum
24 juli 2026
Zaaknummer
C/13/789917 / FA RK 26/5030
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg wegens katatonie en psychotische decompensatie

De rechtbank Amsterdam heeft op 10 juli 2026 een zorgmachtiging verleend aan betrokkene, geboren in 1995, die lijdt aan een ernstige psychische stoornis, vermoedelijk katatonie in het kader van een psychotische decompensatie of hersenschade na een hartstilstand. De stoornis leidt tot levensgevaar, ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang.

De rechtbank oordeelde dat vrijwillige zorg niet mogelijk is en dat verplichte zorg noodzakelijk is om het ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke en fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen. De verplichte zorg omvat onder meer het toedienen van vocht, voeding en medicatie, medische controles, bewegingsbeperkingen, insluiting, toezicht, beperkingen in de vrijheid van het eigen leven en opname in een accommodatie.

De zorgmachtiging is toegekend voor de duur van zes maanden, met de mogelijkheid tot ambulante zorg om betrokkene snel naar huis te laten terugkeren. De rechtbank achtte de maatregelen evenredig en effectief, en concludeerde dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn. De raadsvrouw gaf aan dat betrokkene mogelijk verzet toont, wat in de beslissing is meegewogen.

De beschikking is op 10 juli 2026 mondeling gegeven en op 24 juli 2026 schriftelijk uitgewerkt. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met verplichte zorg en vrijheidsbeperkingen wegens ernstige psychische stoornis.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/789917 / FA RK 26/5030
kenmerk: ZM/IND/206349
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikking van 10 juli 2026van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1995 te [geboorteplaats] (Suriname),
wonende te [adres 1] ,
verblijvende te [adres 2] ,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. J. Kuijper te Amsterdam,
zorgaanbieder: UMC, locatie [locatie] .

1.Procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 22 juni 2026.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 10 juli 2026 in het gebouw van de zorgaanbieder.
Ter zitting waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene;
- de raadsvrouw;
- dhr. [naam], psychiater;
- de moeder van betrokkene.
Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig acht, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen.

2.Beoordeling

2.1.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van katatonie meest waarschijnlijk in het kader van een psychotische decompensatie, dan wel in het kader van een doorgemaakte hartstilstand met daarbij mogelijk opgelopen hersenschade.
2.2.
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in: levensgevaar, ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang.
2.3.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen of de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
2.4.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig. Van de in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg, die zijn gebaseerd op het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur, alsmede gelet op hetgeen bij de mondelinge behandeling naar voren is gekomen acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk voor de duur van zes maanden:
  • toedienen van vocht, voeding en medicatie;
  • het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
  • beperken van de bewegingsvrijheid;
  • insluiten;
  • uitoefenen van toezicht op betrokkene;
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
  • opnemen in een accommodatie.
De rechtbank voegt de verplichte vorm van zorg ‘
aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen’ ambtshalve toe, zodat betrokkene snel naar huis kan en ook ambulant de zorg die nodig is kan ontvangen.
2.5.
De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
2.6.
De raadsvrouw heeft aangegeven dat het lastig is om een standpunt in te nemen omdat het niet duidelijk is wat de wens van betrokkene is. Het lijkt dat er verzet is en dat hij niet wil. De raadsvrouw heeft verzocht dat mee te nemen in de beslissing.
2.7.
De rechtbank is van oordeel dat is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van zes maanden.

3.Beslissing

De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1995 te [geboorteplaats] (Suriname), inhoudende dat
gedurende de looptijd van de machtigingbij wijze van verplichte zorg de in rechtsoverweging 2.4 genoemde maatregelen kunnen worden getroffen;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 10 januari 2027.
Deze beschikking is op 10 juli 2026 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door
mr. M.J.M. Marseille, rechter, bijgestaan door D.L. Overduin als griffier en op 24 juli 2026 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.