ECLI:NL:RBAMS:2026:7762

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
29 juli 2026
Publicatiedatum
29 juli 2026
Zaaknummer
AMS 26/4284 en AMS 26/4460
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:14 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorzieningen tegen evenementenvergunning WorldPride 2026 wegens ontbreken spoedeisend belang

Deze uitspraak betreft verzoeken om voorlopige voorzieningen tegen de verleende evenementenvergunning aan Stichting Pride Amsterdam voor WorldPride 2026, die plaatsvindt van 25 juli tot en met 8 augustus 2026. Verzoekers, bestaande uit een omwonende en drie verenigingen, zijn het niet eens met de vastgestelde geluidsnormen uit het Geluidbeleid van de gemeente Amsterdam en verzoeken om schorsing van de vergunning.

De burgemeester van Amsterdam verleende op 12 juni 2026 de vergunning. Verzoekers maakten bezwaar tegen delen van het besluit en vroegen om voorlopige voorzieningen. De voorzieningenrechter voegde de zaken samen en hield op 29 juli 2026 een zitting.

De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoekers geen spoedeisend belang hebben omdat zij onvoldoende onderbouwd hebben dat de evenementen onomkeerbare gehoor- en gezondheidsschade veroorzaken. Daarnaast is het bestreden besluit niet evident onrechtmatig, mede omdat de vergunning in lijn is met het geldende Geluidbeleid. De bezwaren tegen het beleid kunnen in een reguliere bezwaarprocedure worden behandeld.

Daarom wijst de voorzieningenrechter de verzoeken af, waardoor de evenementenvergunning onverminderd van kracht blijft en de evenementen kunnen doorgaan. Verzoekers krijgen geen vergoeding van het griffierecht. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Verzoeken om voorlopige voorzieningen tegen de evenementenvergunning WorldPride 2026 worden afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en geen evident onrechtmatig besluit.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummers: AMS 26/4284 en AMS 26/4460

uitspraak van de voorzieningenrechter van 29 juli 2026 in de zaken tussen

Comité Westelijke Grachtengordel, verzoeker 1

[verzoeker 2] ,verzoeker 2
Vereniging VoordeStad,verzoeker 3
Wijkcentrum d’Oude Stadt,verzoeker 4
allen gevestigd of wonende te Amsterdam,
hierna gezamenlijk: verzoekers
(gemachtigde: P. Busker),
en

de burgemeester van Amsterdam, verweerder

(gemachtigden: mr. S. Roelofsen, C.A. Pol en D. Slik).
Als derde-partijen hebben aan het geding deelgenomen:
Stichting Pride Amsterdam,gevestigd te Amsterdam
,vergunninghouder

en Stichting Homomonument, gevestigd te Amsterdam.

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over de verzoeken om voorlopige voorzieningen in het kader van de verleende evenementenvergunning aan Stichting Pride Amsterdam voor WorldPride 2026. Verzoekers zijn het in de kern niet eens met de vastgestelde geluidsnorm die volgt uit het Geluidbeleid van de gemeente Amsterdam en verzoeken om schorsing van de vergunning. [1]
Procesverloop
2.1.
De vergunninghouder heeft op 31 maart 2026 een aanvraag ingediend voor WorldPride 2026 wat plaatsvindt van 25 juli tot en met 8 augustus 2026. Deze aanvraag is op 13 april 2026 gepubliceerd in het Gemeenteblad van Amsterdam. [2]
2.2.
Met het besluit van 12 juni 2026 (het bestreden besluit) heeft de burgemeester de gevraagde evenementenvergunning verleend aan vergunninghouder.
2.3.
Verzoekers 1 en 2 hebben tegen het bestreden besluit, voor zover betrekking hebbend op de evenementen op de Westermarkt op 31 juli 2026 en 1 augustus 2026, bezwaar gemaakt en een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ingediend (zaaknummer AMS 26/4284). Verzoekers 1, 3 en 4 hebben tegen het gehele bestreden besluit, dus alle evenementen in het kader van WorldPride 2026, bezwaar gemaakt en een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ingediend (zaaknummer AMS 26/4460).
2.4.
De voorzieningenrechter heeft de verzoeken tijdens de zitting gevoegd. [3]
2.5.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 juli 2026. Daarbij waren aanwezig: de gemachtigde van verzoekers, de gemachtigden van verweerder, en [naam 1] en [naam 2] namens Stichting Pride Amsterdam en [naam 3] namens Stichting Homomonument.

Overwegingen

3. Vooraf wordt opgemerkt dat het oordeel van de voorzieningenrechter een voorlopig karakter heeft en de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet bindt.
Ontvankelijkheid verzoekers
4. De gemachtigde heeft de verzoeken ingediend namens een omwonende en drie verenigingen. Verweerder bestrijdt dat op voorhand vaststaat dat alle verenigingen belanghebbende zijn bij de gehele evenementenvergunning. De voorzieningenrechter zal in het kader van de onderhavige procedure volstaan met de vaststelling dat in ieder geval verzoeker 2 belanghebbende is, gelet op de afstand tussen haar woning op de [adres] en de Westermarkt. Dit is ook niet in geschil tussen partijen. De ontvankelijkheid van de overige verzoekers zal verder door verweerder beoordeeld worden in de bezwaarprocedures.
Spoedeisend belang
5.1.
De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist. De spoedeisendheid heeft als regel betrekking op de onmogelijkheid om de eventuele gevolgen van (de uitvoering van) het besluit nog te herstellen, dus de onomkeerbaarheid. Er kan dan ook niet worden gewacht op de afhandeling van het geschil in de hoofdzaak.
5.2.
Verzoekers voeren aan dat de eerste evenementen reeds zijn aangevangen op zaterdag 25 juli 2026 en het programma doorloopt tot en met zaterdag 8 augustus 2026. Indien de vergunning niet tijdig wordt geschorst of beperkt, zullen de vergunde evenementen plaatsvinden voordat in bezwaar en eventueel beroep inhoudelijk op de rechtmatigheid van de vergunning kan worden beslist. De gevolgen voor het woon-en leefklimaat zijn naar hun aard onomkeerbaar en kunnen achteraf niet meer worden hersteld. De omwonenden worden geconfronteerd met mogelijke gehoor- en gezondheidsschade. Daarom hebben verzoekers een spoedeisend belang bij een onmiddellijke rechterlijke beoordeling.
5.3.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat er geen sprake is van een spoedeisend belang. De voorzieningenrechter is met verweerder van oordeel dat verzoekers niet concreet hebben onderbouwd dat de evenementen tot onomkeerbare gehoor- en gezondheidsschade voor omwonenden leiden. Alleen al daarom ontbreekt het spoedeisend belang. Verzoekers bestrijden in zijn algemeenheid de geluidsnorm die in het Geluidbeleid is opgenomen, zowel de wijze waarop die is vastgesteld als de systematiek daarvan. Maar dit is op zichzelf geen reden om een spoedeisend belang aan te nemen. De voorzieningenrechter met verweerder van oordeel dat uit de stukken, en ook het verhandelde ter zitting, blijkt dat verzoekers met name bezwaar maken tegen deze vergunning om het bredere evenementen- en geluidbeleid aan de kaak te stellen. De bezwaren die onder andere een exceptieve toetsing vergen van de regelgeving van de gemeente lenen zich bij uitstek voor behandeling in een bezwaar- of beroepsprocedure. Dit kan niet leiden tot het aannemen van een spoedeisend belang om alle evenementen in het kader van WorldPride 2026 te schorsen. Verweerder merkt hierover nog terecht op dat volgens vaste rechtspraak bij periodiek terugkerende evenementen ook procesbelang bestaat na het plaatsvinden ervan. De bezwaren kunnen dan ook na WorldPride 2026 inhoudelijk worden behandeld.
Evident onrechtmatig besluit
6. Omdat de voorzieningenrechter van oordeel is dat verzoekers geen spoedeisend belang hebben, kunnen de door hen gevraagde voorzieningen alleen nog worden getroffen als het bestreden besluit evident onrechtmatig is. Met evident onrechtmatig wordt bedoeld dat zonder diepgaand onderzoek naar de relevante feiten en/of het recht zeer ernstig moet worden betwijfeld of het door verweerder ingenomen standpunt juist is en of het bestreden besluit in de bodemprocedure in stand zal blijven. De voorzieningenrechter is van oordeel dat op basis van de nu overgelegde stukken niet evident is dat het bestreden besluit geen stand zal kunnen houden. Hiervoor is van belang dat de evenementenvergunning wat betreft de geluidsnormen in lijn is met het geldende Geluidbeleid. Dat verzoekers bezwaar maken tegen de juistheid van dat beleid, doet hier niet aan af.

Conclusie en gevolgen

7. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken af omdat het spoedeisend belang ontbreekt en geen sprake is van een evident onrechtmatig besluit. Dat betekent dat de evenementen zoals vergund doorgang kunnen vinden. Nu verzoekers geen gelijk krijgen, krijgen zij ook geen vergoeding van het griffierecht.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.H.W. Franssen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.L. van Egmond, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 29 juli 2026.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Geluidbeleid evenementen Amsterdam, geldend vanaf 10 maart 2026 (hierna: het Geluidbeleid).
2.Gemeenteblad 2026, 172233.
3.Op grond van artikel 8:14, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.