Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.REDMILL PROPERTIES LIMITED,
2.
[verzoeker 2],
1.ASPRIA ESTATES B.V.,
2.
ASPRIA PROPERTIES B.V.,
1.De procedure
2.De feiten
Initial Consideration: kort gezegd een cash betaling aan de (advocaten van de) verkopers van € 25.000 na ondertekening van de SPA en van € 5.544.781,25 na levering van de aandelen;
Deferred Consideration: een bedrag van € 12.000.000, te vermeerderen met rente, die bleef uitstaan als schuld van koper ( [naam 2] ) aan de verkopers (Redmill c.s.) en uiterlijk moest worden voldaan op 31 december 2024.
toekomen aan) the Pledgees acting jointly subject to the cumulative conditions precedent (
opschortende voorwaarden) of:
Voting Rightsgedefinieerd als stemrechten met betrekking tot de aandelen en is een
Enforcement Eventgedefinieerd als het ontstaan van verzuim (na ingebrekestelling met termijn van tien dagen) bij het voldoen aan betalingsverplichtingen en aansprakelijkheden van de pandgever aan de pandhouder (vertaald en zakelijk weergegeven).
a resolution concerning the position of the statutory director of the Companies, including the proposed dismissal thereof”. Aan dit verzoek is geen gehoor gegeven.
Letter Before Actionaan Redmill c.s. gestuurd, waarin hij schrijft dat de SPA onder onaanvaardbare economische druk tot stand is gekomen en daarom vernietigbaar is. [naam 2] is voornemens de vernietiging van de SPA zonodig via een procedure bij de Engelse rechter af te dwingen.
3.Het verzoek en het verweer
Enforcement Eventheeft plaatsgevonden. In deze procedure heeft Redmill Properties voldoende aannemelijk gemaakt dat dit het geval is, nu de
Deferred Considerationniet is betaald en Redmill c.s. [naam 2] daarvoor in gebreke heeft gesteld op 6 januari 2025, met herhaling en aanzegging van uitoefening van de stemrechten op de verpande aandelen op 16 januari 2025 (zie 2.7).
Enforcement Event, zijn gevestigd ter zekerheid van de volledige en tijdige betaling van de
Deferred Considerationen de daarmee samenhangende verplichtingen waaronder rente, kosten en mogelijke schadevergoeding bij niet-nakoming van de SPA. Nu de
Deferred Considerationniet is betaald, de overeengekomen betaaldatum op 31 december 2024 is verstreken, en aannemelijk is dat een
Enforcement Eventheeft plaatsgevonden, is het belang van Redmill c.s. bij zekerheid toegenomen. Dat op dit moment de te verwachten schade bij het uitblijven van een bestuurswissel niet concreet kan worden gemaakt betekent niet dat Redmill c.s. geen redelijk belang heeft bij de uitoefening van haar rechten in de vorm van de beoogde bestuurswissel en de daarvoor benodigde algemene vergadering. De Aspria groep zit op dit moment in een herfinancieringsproces, waarbij met een partij wordt gesproken over de overname van alle aandelen van Aspria Holdings. Na afronding van die beoogde transactie komen volgens Aspria c.s. hopelijk gelden beschikbaar om de schulden (waaronder de achtergestelde vorderingen van Aspria c.s. op Holdings) af te lossen. Aannemelijk is dat Redmill c.s. belang heeft om invloed uit te oefenen op de
governancevan Aspria c.s. binnen dit herfinancierings-/overnameproces, om grip te hebben op de informatievoorziening en op de mogelijke transacties die Aspria Estates en Aspria Properties aangaan, met name om te voorkomen dat onnodig afstand wordt gedaan van rechten.
debt-free/cash-freebasis) hoopt [naam 2] (als CEO van Holdings) de Fortress-lening op tijd af te lossen, de achtergestelde leningen te kunnen terugbetalen, en de Aspria groep van voldoende middelen te voorzien voor haar operationele continuïteit. Aspria c.s. stelt dat een bestuurswissel bij Aspria c.s. dit proces zou kunnen verstoren. Deze niet nader onderbouwde stelling is echter onvoldoende om aan te nemen dat sprake is van een zwaarwichtig belang die zich tegen de BAVA en de daarmee beoogde bestuurswissel verzet. Zoals Aspria c.s. zelf heeft aangevoerd ziet de beoogde transactie op de aandelen van Aspria Holdings (waarvan [naam 2] CEO en aandeelhouder is) en de dochtervennootschappen daarvan. Aspria c.s. is niet in die transactie betrokken anders dan als (achtergestelde) schuldeiser van Holdings. Dat het uitoefenen van de overeengekomen bevoegdheden van Redmill Properties als pandhouder, zoals vastgelegd in de pandovereenkomsten, mogelijk als onrust kan worden ervaren door een derde is onvoldoende om aan die bevoegdheden voorbij te gaan.