ECLI:NL:RBAMS:2026:895

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
28 januari 2026
Publicatiedatum
30 januari 2026
Zaaknummer
C/13/778874/KG RK 25-1835
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:220 BWArt. 2:221 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot bijeenroeping algemene vergadering aandeelhouders Aspria c.s. door pandhouder

Redmill Properties, als pandhouder van aandelen in Aspria c.s., verzocht de voorzieningenrechter om machtiging tot het bijeenroepen van een bijzondere algemene vergadering van aandeelhouders (BAVA) van Aspria c.s. Dit verzoek volgde op het niet voldoen door Aspria c.s. aan de betalingsverplichtingen uit hoofde van een Share Purchase Agreement (SPA), waarbij een Enforcement Event was ingetreden.

De rechtbank oordeelde dat Redmill Properties summierlijk had aangetoond dat aan de voorwaarden van artikel 2:220 BW Pro was voldaan en dat zij een redelijk belang had bij het bijeenroepen van de BAVA. Aspria c.s. voerde verweer met onder meer het argument dat het verzoek een obstructietactiek was en dat een bestuurswissel de lopende herfinanciering zou kunnen verstoren, maar deze belangen werden onvoldoende onderbouwd geacht.

De voorzieningenrechter stelde vast dat het niet-betalen van de Deferred Consideration een Enforcement Event vormde, waardoor de stemrechten op de verpande aandelen aan Redmill Properties toekwamen. Het redelijk belang van Redmill Properties werd versterkt door het lopende herfinancieringsproces binnen de Aspria groep, waarbij invloed op de bestuursstructuur en informatievoorziening van belang is.

De rechtbank machtigde Redmill Properties tot het bijeenroepen van de BAVA met een oproepingstermijn van veertien dagen en bepaalde dat op de agenda het ontslag van de huidige statutair bestuurder en de benoeming van een nieuwe statutair bestuurder worden opgenomen. De proceskosten werden ieder voor eigen rekening gelaten.

Uitkomst: Redmill Properties wordt gemachtigd tot het bijeenroepen van een algemene vergadering van aandeelhouders van Aspria c.s. met een oproepingstermijn van veertien dagen.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel
Zaaknummer / rekestnummer: C/13/778874 / KG RK 25-1835 VVV/JD
Beschikking van de voorzieningenrechter van 28 januari 2026
in de zaak van

1.REDMILL PROPERTIES LIMITED,

te Londen (Verenigd Koninkrijk),
2.
[verzoeker 2],
te [woonplaats] , [regio] (Italië),
verzoekende partijen,
hierna samen te noemen: Redmill c.s.,
advocaat: mr. A. Shoker,
tegen

1.ASPRIA ESTATES B.V.,

te Amsterdam,
2.
ASPRIA PROPERTIES B.V.,
te Amsterdam,
verwerende partijen,
hierna samen te noemen: Aspria c.s.,
advocaat: mr. J.W. de Groot.

1.De procedure

Op 19 november 2025 is bij de voorzieningenrechter een verzoekschrift binnengekomen tot het verlenen van een machtiging tot bijeenroeping van een algemene vergadering van aandeelhouders (artikel 2:220 BW Pro) bij elk van Aspria.c.s. Een kopie van dit verzoekschrift is aan deze beschikking gehecht. Op 7 januari 2026 heeft Aspria c.s. een verweerschrift ingediend. Ter terechtzitting van 14 januari 2026 is het verzoekschrift behandeld. Alle partijen hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht.
Ter zitting waren de volgende personen aanwezig:
aan de zijde van Redmill c.s.: mr. Shoker, mr. M.R. van Zanten, en [naam 1] ;
aan de zijde van Aspria c.s.: mr. De Groot en mr. G.J. Meester.
De beschikking is bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
Redmill Properties is een in Engeland gevestigde vennootschap met als enige bestuurder [verzoeker 2] .
2.2.
Aspria c.s. maakt (feitelijk) deel uit van een groep van vennootschappen die exclusieve sportscholen exploiteren in België, Duitsland en Italië. Aan het hoofd van deze groep staat Aspria Holdings B.V. [naam 2] is aandeelhouder van Holdings en ook van Aspria Properties en Aspria Estates. Het bestuur van Aspria c.s. wordt gevormd door [naam 2] en [naam 3] .
2.3.
Tot 15 juli 2021 werd (direct en indirect via Redmill Properties) 20% van de aandelen in Aspria Holdings en 70% van de aandelen in zowel Aspria Properties als Aspria Estates gehouden door [verzoeker 2] . Redmill Properties hield tot die datum 19,6% van de aandelen in Aspria Holdings.
2.4.
Op 15 juli 2021 heeft Redmill c.s. haar aandelen in Aspria Holdings, Properties, en Estates verkocht aan [naam 2] . De (ver)koop is vastgelegd in een Share Purchase Agreement (SPA) van die datum. Ten aanzien van de (ver)koopprijs van de aandelen is in artikel 3.1 van de SPA bepaald dat die bestaat uit twee componenten:
de
Initial Consideration: kort gezegd een cash betaling aan de (advocaten van de) verkopers van € 25.000 na ondertekening van de SPA en van € 5.544.781,25 na levering van de aandelen;
de
Deferred Consideration: een bedrag van € 12.000.000, te vermeerderen met rente, die bleef uitstaan als schuld van koper ( [naam 2] ) aan de verkopers (Redmill c.s.) en uiterlijk moest worden voldaan op 31 december 2024.
2.5.
Bij notariële aktes van 15 juli 2021 is een eerste pandrecht op alle aandelen in Aspria c.s. gevestigd, met [naam 2] als pandgever en Redmill Properties als pandhouder.
In artikel 5.1 van de pandaktes staat (voor zover hier van belang) het volgende.
“The Voting Rights shall be vested in (
toekomen aan) the Pledgees acting jointly subject to the cumulative conditions precedent (
opschortende voorwaarden) of:
a. the occurrence of an Enforcement Event
b. written notice by the Pledgees to the Pledgor and the Company that the Pledgees wish to exercise the Voting Rights.”
In de pandaktes zijn
Voting Rightsgedefinieerd als stemrechten met betrekking tot de aandelen en is een
Enforcement Eventgedefinieerd als het ontstaan van verzuim (na ingebrekestelling met termijn van tien dagen) bij het voldoen aan betalingsverplichtingen en aansprakelijkheden van de pandgever aan de pandhouder (vertaald en zakelijk weergegeven).
2.6.
In artikel 16.1 van de pandaktes is bepaald (vertaald en samengevat) dat Aspria c.s. het pandrecht erkent, dat zij mee zal werken aan de uitvoering daarvan, en in het aandeelhoudersregister zal opnemen dat de aandelen zijn bezwaard met een pandrecht ten gunste van Redmill Properties, inclusief de aanduiding van de houder van de stemrechten en de rechten van certificaathouders.
2.7.
Bij brief van 6 januari 2025 heeft Redmill c.s. [naam 2] in gebreke gesteld ten aanzien van de betaling van de Deferred Consideration op uiterlijk 31 december 2024. Bij brief van 16 januari 2025 is de ingebrekestelling herhaald, met aanzegging van verdere juridische stappen, waaronder uitoefening van de stemrechten op de verpande aandelen.
2.8.
Bij brief van 7 februari 2025 heeft Redmill c.s. [naam 2] , in hoedanigheid van bestuurder van Aspria c.s., geschreven (samengevat en voor zover hier van belang) dat zij op grond van de pandaktes en het intreden van een Enforcement event, de aan de verpande aandelen verbonden stemrechten exclusief uitoefent.
2.9.
Bij brief van 25 april 2025 heeft Redmill c.s. [naam 2] verzocht om een (bijzondere) algemene vergadering van aandeelhouders (BAVA) bijeen te roepen, met op de agenda “
a resolution concerning the position of the statutory director of the Companies, including the proposed dismissal thereof”. Aan dit verzoek is geen gehoor gegeven.
2.10.
Op 22 juli 2025 heeft [naam 2] een
Letter Before Actionaan Redmill c.s. gestuurd, waarin hij schrijft dat de SPA onder onaanvaardbare economische druk tot stand is gekomen en daarom vernietigbaar is. [naam 2] is voornemens de vernietiging van de SPA zonodig via een procedure bij de Engelse rechter af te dwingen.
2.11.
Op 12 augustus 2025 heeft Redmill c.s. twee verzoekschriften ingediend bij deze rechtbank (met zaak-/rolnummers C/13/774047/KG RK 25-1390 en C/13/774048/KG RK 25-1391) waarin zij verzocht om een algemene vergadering bijeen te laten roepen. Tijdens de zitting van 11 september 2025 heeft Aspria c.s. haar verzoeken ingetrokken.
2.12.
Bij e-mail van 13 oktober 2025 heeft Redmill c.s. Aspria c.s. verzocht om een BAVA bijeen te roepen, met op de agenda onder meer het ontslag van de huidige statutair directeur [naam 2] , en de benoeming van [naam 1] als zijn opvolger. Op 30 oktober 2025 heeft Aspria c.s. gereageerd dat zij niet aan dit verzoek zal voldoen.

3.Het verzoek en het verweer

3.1.
Redmill Properties verzoekt (samengevat) bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren beschikking:
I. te bepalen dat zij gemachtigd wordt tot het bijeenroepen van de BAVA van Aspria c.s.;
II. de vorm en de termijnen voor oproeping tot de BAVA vast te stellen;
III. te bepalen dat op de agenda van deze vergadering als afzonderlijke en duidelijk omschreven agendapunten worden opgenomen:
a. het ontslag van [naam 2] als statutair bestuurder van Aspria c.s.; en
b. de benoeming van [naam 1] als nieuwe statutair bestuurder;
IV te bepalen dat iedere partij de eigen kosten draagt.
3.2.
Aan het verzoek heeft Redmill Properties het volgende ten grondslag gelegd. Aspria c.s. weigert aan het verzoek tot het bijeenroepen van een BAVA te voldoen. Redmill Properties beroept zich op artikel 2:220 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW), op grond waarvan de voorzieningenrechter aandeelhouders of anderen aan wie vergaderrecht toekomt kan machtigen tot bijeenroeping van de BAVA.
3.3.
Aspria voert verweer.
3.4.
Op de standpunten van partijen wordt – voor zover van belang – hierna nader ingegaan.
4. De beoordeling
4.1.
Op grond van artikel 2:220 BW Pro kunnen aandeelhouders en stemgerechtigden (die een voldoende aandeel in het geplaatste kapitaal vertegenwoordigen) het bestuur (en de raad van commissarissen) van een vennootschap verzoeken een algemene vergadering bijeen te roepen. Indien daaraan geen uitvoering wordt gegeven, kunnen de aandeelhouders/stemgerechtigden op verzoek door de voorzieningenrechter worden gemachtigd tot bijeenroeping van de algemene vergadering. Op grond van artikel 2:221 BW Pro wordt die machtiging verleend indien de verzoekers summierlijk hebben doen blijken dat de in artikel 2:220 BW Pro gestelde voorwaarden zijn vervuld en dat zij een redelijk belang hebben bij het houden van de vergadering. Het verzoek wordt afgewezen indien een zwaarwichtig belang van de vennootschap zich tegen het houden van een algemene vergadering verzet.
Stemrechten?
4.2.
Aspria c.s. heeft aangevoerd dat [naam 2] (pandgever) en Redmill Properties (pandhouder) het oneens zijn over de vraag of een
Enforcement Eventheeft plaatsgevonden. In deze procedure heeft Redmill Properties voldoende aannemelijk gemaakt dat dit het geval is, nu de
Deferred Considerationniet is betaald en Redmill c.s. [naam 2] daarvoor in gebreke heeft gesteld op 6 januari 2025, met herhaling en aanzegging van uitoefening van de stemrechten op de verpande aandelen op 16 januari 2025 (zie 2.7).
4.3.
Aspria c.s. heeft verder aangevoerd dat er onzekerheid bestaat over stemrechten vanRedmill Properties, nu [naam 2] formeel heeft aangekondigd dat hij een procedure zal starten bij de English High Court tegen Redmill Properties. Dit gaat niet op. Dat [naam 2] nu een procedure zou starten ter vernietiging van de SPA doet nu niet af aan de geldigheid van de gemaakte afspraken, zoals vastgelegd in de pandaktes.
Redelijk belang bij bijeenroepen BAVA?
4.4.
Aspria c.s. heeft voorts aangevoerd dat Redmill Properties geen redelijk belang heeft bij de verzochte bijeenroeping van de BAVA. Aspria Estates en Properties zijn in feite lege vennootschappen zonder operationele activiteiten of inkomsten, afgezien van de achtergestelde leningen aan Aspria Holdings. Het niet bijeenroepen van de BAVA en niet effectueren van een bestuurswissel zal dan ook niet leiden tot (vergroting van) enige schade aan de zijde van Redmill c.s. Het beoogde ontslag van [naam 2] en de benoeming van een bestuurder uit eigen gelederen is een pressiemiddel of obstructie tactiek, maar daarin ligt geen redelijk belang besloten, aldus Aspria c.s.
4.5.
Geoordeeld wordt als volgt. De pandrechten op de aandelen van Aspria c.s., op grond waarvan de pandhouder stemrecht verkrijgt in geval van een
Enforcement Event, zijn gevestigd ter zekerheid van de volledige en tijdige betaling van de
Deferred Considerationen de daarmee samenhangende verplichtingen waaronder rente, kosten en mogelijke schadevergoeding bij niet-nakoming van de SPA. Nu de
Deferred Considerationniet is betaald, de overeengekomen betaaldatum op 31 december 2024 is verstreken, en aannemelijk is dat een
Enforcement Eventheeft plaatsgevonden, is het belang van Redmill c.s. bij zekerheid toegenomen. Dat op dit moment de te verwachten schade bij het uitblijven van een bestuurswissel niet concreet kan worden gemaakt betekent niet dat Redmill c.s. geen redelijk belang heeft bij de uitoefening van haar rechten in de vorm van de beoogde bestuurswissel en de daarvoor benodigde algemene vergadering. De Aspria groep zit op dit moment in een herfinancieringsproces, waarbij met een partij wordt gesproken over de overname van alle aandelen van Aspria Holdings. Na afronding van die beoogde transactie komen volgens Aspria c.s. hopelijk gelden beschikbaar om de schulden (waaronder de achtergestelde vorderingen van Aspria c.s. op Holdings) af te lossen. Aannemelijk is dat Redmill c.s. belang heeft om invloed uit te oefenen op de
governancevan Aspria c.s. binnen dit herfinancierings-/overnameproces, om grip te hebben op de informatievoorziening en op de mogelijke transacties die Aspria Estates en Aspria Properties aangaan, met name om te voorkomen dat onnodig afstand wordt gedaan van rechten.
Zwaarwichtige belangen die zich tegen BAVA verzetten?
4.6.
De Aspria groep is extern gefinancierd door Fortress, welke financiering afloopt op 31 december 2026. Door middel van de beoogde aandelentransactie van Aspria Holdings (op
debt-free/cash-freebasis) hoopt [naam 2] (als CEO van Holdings) de Fortress-lening op tijd af te lossen, de achtergestelde leningen te kunnen terugbetalen, en de Aspria groep van voldoende middelen te voorzien voor haar operationele continuïteit. Aspria c.s. stelt dat een bestuurswissel bij Aspria c.s. dit proces zou kunnen verstoren. Deze niet nader onderbouwde stelling is echter onvoldoende om aan te nemen dat sprake is van een zwaarwichtig belang die zich tegen de BAVA en de daarmee beoogde bestuurswissel verzet. Zoals Aspria c.s. zelf heeft aangevoerd ziet de beoogde transactie op de aandelen van Aspria Holdings (waarvan [naam 2] CEO en aandeelhouder is) en de dochtervennootschappen daarvan. Aspria c.s. is niet in die transactie betrokken anders dan als (achtergestelde) schuldeiser van Holdings. Dat het uitoefenen van de overeengekomen bevoegdheden van Redmill Properties als pandhouder, zoals vastgelegd in de pandovereenkomsten, mogelijk als onrust kan worden ervaren door een derde is onvoldoende om aan die bevoegdheden voorbij te gaan.
4.7.
Naast [naam 2] wordt Aspria c.s. bestuurd door [naam 3] , die die functie uitoefent via het trustkantoor TMF. Aspria c.s. stelt dat, indien Redmill c.s. [naam 2] als bestuurder zullen vervangen, TMF gehouden is tot het verrichten van een Know-Your-Customer- (KYC-) onderzoek. Dit kan erg tijdrovend zijn. Daarnaast is nog niet duidelijk of de kosten voor de trustdiensten van TMF zullen worden overgenomen van [naam 2] door Redmill c.s. als [naam 2] als bestuurder wordt ontslagen. Indien dit alles tot gevolg zou hebben dat [naam 3] zijn werkzaamheden als tweede bestuurder van Aspria c.s. zou beëindigen, heeft dit ook gevolgen voor het aan de bestuursstructuur verbonden fiscale regime, wat voor Aspria c.s. van wezenlijk belang is, aldus Aspria c.s..
4.8.
In deze procedure is onvoldoende bepaalbaar dat deze geschetste risico’s zich daadwerkelijk zullen manifesteren, en ook niet concreet te voorzien dat dit tot onoplosbare problemen zou leiden. Tijdens de zitting heeft de heer [naam 1] , de beoogde door Redmill Properties te benoemen directeur, bevestigd dat Redmill c.s. bereid is de kosten van TMF vanaf de datum van zijn benoeming te voldoen, voor zover die overeenkomen met hetgeen nu gerekend wordt. Voor de uitvoering van KYC onderzoek is reeds tijd geweest en er zijn geen aanwijzingen naar voren gekomen dat dit tot problemen zou moeten leiden. Het gestelde fiscale risico is niet nader onderbouwd door Aspria c.s. Geoordeeld wordt dan ook dat geen sprake is van zwaarwichtige belangen die zich tegen het bijeenroepen van een BAVA verzetten.
Conclusie
4.9.
Redmill Properties heeft summierlijk doen blijken dat de voorwaarden van artikel 2:220 BW Pro zijn vervuld, dat zij een redelijk belang heeft bij het houden van de verzochte BAVA, en dat geen zwaarwichtig belang van Aspria c.s. zich daartegen verzet. De oproeping zal conform (artikel 29.4 van) de statuten van Aspria c.s. geschieden door middel van brieven aan de adressen volgens het register van aandeelhouders en het register van certificaathouders. De termijn voor oproeping zal worden vastgesteld op veertien dagen.
4.10.
De proceskosten zullen worden gecompenseerd in de zin dat iedere partij de eigen kosten draagt, zoals Redmill Properties heeft verzocht.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
5.1.
machtigt Redmill Properties tot het bijeenroepen van een algemene vergadering van
aandeelhouders van Aspria c.s. door middel van brieven aan de adressen volgens het register
van aandeelhouders en het register van certificaathouders, waarbij een oproepingstermijn
van veertien dagen geldt;
5.2.
bepaalt dat op de agenda van deze vergadering als afzonderlijke en duidelijk omschreven agendapunten worden opgenomen:
a. het ontslag van de heer [naam 2] als (B-bestuurder) statutair bestuurder van Aspria c.s.; en
b. de benoeming van de heer [naam 1] als nieuwe statutair bestuurder (B-bestuurder) van Aspria c.s.;
5.3.
compenseert de proceskosten in de zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. T.H. van Voorst Vader, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. J. Dekker, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 28 januari 2026.