ECLI:NL:RBAMS:2026:907

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
13 januari 2026
Publicatiedatum
2 februari 2026
Zaaknummer
11881580
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering NS wegens niet-betwiste onmiddellijke beëindiging NS-Business Card

In deze civiele bodemzaak vordert NS Reizigers B.V. betaling van abonnementskosten en incassokosten van gedaagde, die een NS-Business Card had afgesloten. Gedaagde had de kaart digitaal opgezegd en wilde deze per direct beëindigen. NS stelde dat de einddatum van de kaart 21 december 2022 was, waardoor gedaagde nog tot die datum abonnementskosten verschuldigd zou zijn.

De kantonrechter oordeelt dat NS niet heeft onderbouwd dat gedaagde zelf de latere einddatum heeft ingevuld. Gedaagde heeft op dezelfde dag als de vermeende einddatum per e-mail kenbaar gemaakt de kaart per direct te willen beëindigen en had de beëindigingsaanvraag opgehaald bij een NS-kaartautomaat. NS hanteert geen opzegtermijn, waardoor niet is komen vast te staan dat gedaagde na 25 oktober 2022 nog gehouden was tot betaling.

Daarom wijst de rechtbank de vordering van NS af en veroordeelt NS in de proceskosten van gedaagde, die nihil worden begroot omdat gedaagde geen kosten heeft gemaakt. De uitspraak is mondeling gedaan op 13 januari 2026 door kantonrechter R. Kruisdijk.

Uitkomst: De vordering van NS tot betaling van abonnementskosten wordt afgewezen omdat niet is komen vast te staan dat gedaagde nog gehouden was tot betaling na directe beëindiging.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11881580 \ CV EXPL 25-12662
Vonnis van 13 januari 2026(bij vervroeging)
in de zaak van
NS REIZIGERS B.V.,
gevestigd te Utrecht,
eisende partij,
hierna te noemen: NS,
gemachtigde: LAVG Gerechtsdeurwaarders (Groningen),
tegen
[gedaagde] (h.o.d.n. [handelsnaam] ),
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties van 21 augustus 2025,
- het proces-verbaal van het mondelinge antwoord,
- de e-mail van [gedaagde] van 26 september 2025, met producties.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 6 januari 2026. Namens de gemachtigde van NS is verschenen de heer [naam] . [gedaagde] is in persoon verschenen. Partijen hebben vragen van de kantonrechter beantwoord en hun standpunten toegelicht.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[gedaagde] drijft een eenmanszaak op het gebied van de makelaardij onder de naam [handelsnaam] .
2.2.
[gedaagde] heeft, in de uitoefening van zijn bedrijf, via de website van NS met NS een overeenkomst gesloten voor afname van een NS-Business Card en een NS-Business Card abonnement, beide per 9 juli 2021 (hierna gezamenlijk te noemen: de NS-Business Card).
2.3.
Op 3 oktober 2022 heeft [gedaagde] een digitaal verzoek bij NS ingediend om de NS-Business Card per 4 oktober 2022 te beëindigen. In haar e-mail van 3 oktober 2022 heeft NS aan [gedaagde] laten weten dat hij de NS-Business Card definitief diende te beëindigen door vóór 4 oktober 2022 naar een NS-kaartautomaat te gaan en de beëindigingsaanvraag op te halen. Dit laatste heeft [gedaagde] niet gedaan.
2.4.
Op 20 oktober 2022 heeft [gedaagde] opnieuw een digitaal verzoek bij NS ingediend om de NS-Business Card te beëindigen. Op diezelfde dag heeft [gedaagde] de beëindigingsaanvraag opgehaald bij een NS-kaartautomaat.
2.5.
Op 25 oktober 2022 schrijft NS in een e-mail van 18:35 uur aan [gedaagde] onder meer het volgende: “
Op 20 oktober 2022 is er een nieuwe aanvraag ingediend om de kaart per21 deccember 2022te beëindigen. De beëindigingsaanvraag is op 20 oktober 2022 opgehaald bij de NS-kaartautomaat”.
2.6.
In zijn e-mail aan NS van 25 oktober 2022 om 20:47 uur schrijft [gedaagde] onder meer: “
Indien het niet mogelijk is restitutie te ontvangen zou ik de kaart graag per direct opzeggen en niet pas per 21 december.
2.7.
Bij factuur van 14 december 2022 heeft NS een bedrag van € 362,43 bij [gedaagde] in rekening gebracht voor de NS-Business Card voor de maand november 2022, zijnde (enkel) abonnementskosten.
2.8.
[gedaagde] heeft de factuur onbetaald gelaten. Na herhaald aanmanen heeft NS de vordering ter incasso uit handen gegeven.

3.Het geschil

3.1.
NS vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 362,43 aan hoofdsom en € 54,36 aan incassokosten, vermeerderd met de wettelijke handelsrente over de hoofdsom en de proceskosten.
3.2.
[gedaagde] voert verweer.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
NS stelt dat [gedaagde] bij zijn digitale opzegging op 20 oktober 2022 als einddatum van de NS-Business Card de datum 21 december 2022 heeft opgegeven. Daarom was [gedaagde] volgens NS tot 21 december 2022 abonnementsgelden verschuldigd. [gedaagde] betwist dat hij die datum als einddatum heeft ingevuld, en stelt dat er sprake was van een systeemfout aan de zijde van NS.
4.2.
De kantonrechter stelt voorop dat NS haar stelling dat [gedaagde] zelf de einddatum 21 december 2022 heeft ingevuld niet met stukken heeft onderbouwd. Hoewel die datum wel als einddatum wordt genoemd in de e-mail van NS aan [gedaagde] van 25 oktober 2022, staat daar tegenover dat [gedaagde] op diezelfde dag per e-mail aan NS kenbaar heeft gemaakt dat hij de NS-Business Card per direct wilde beëindigen. [gedaagde] had op dat moment de beëindigingsaanvraag ook al opgehaald bij een NS-kaartautomaat. Nu NS geen opzegtermijn hanteert voor beëindiging van de NS-Business Card, en mede bezien in het licht van de betwisting door [gedaagde] dat hij een latere einddatum heeft ingevuld, is niet komen vast te staan dat [gedaagde] na 25 oktober 2022 nog gehouden was te betalen voor de NS-Business Card. De vordering van NS wordt daarom afgewezen.
4.3.
NS is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op nihil, nu van kosten niet is gebleken.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
wijst de vorderingen van NS af,
5.2.
veroordeelt NS in de proceskosten van [gedaagde] , tot op heden begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. R. Kruisdijk en in het openbaar uitgesproken op 13 januari 2026.
64443