Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
Conclusie
Rechtbank Amsterdam
De huurder [eiser] huurt sinds oktober 2021 een woning van [gedaagde]. Vanaf september 2022 zijn er herhaaldelijk lekkages gemeld, die ondanks meerdere herstelwerkzaamheden pas in het najaar van 2025 effectief zijn verholpen. Door de lekkages is ook schimmelvorming ontstaan, wat het huurgenot aanzienlijk heeft verminderd.
De huurder vordert herstelwerkzaamheden, een huurprijsvermindering van 70% vanaf februari 2024, schadevergoeding en proceskosten. De verhuurder betwist de vorderingen en vordert ontbinding van de huurovereenkomst wegens vermeende tekortkomingen van de huurder.
De rechtbank oordeelt dat de lekkage een gebrek is dat de verhuurder moet herstellen en dat de herstelwerkzaamheden in 2025 effectief zijn geweest. De schimmelvorming moet nog worden aangepakt. De huurder heeft recht op een huurprijsvermindering van 50% vanaf februari 2024 tot het moment dat de schimmelsporenconcentratie is geëindigd. De gevorderde schadevergoeding en onderzoekskosten worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De vorderingen van de verhuurder tot ontbinding en betaling worden eveneens afgewezen. Proceskosten worden toegewezen aan de huurder.
Uitkomst: De huurder krijgt een huurprijsvermindering van 50% vanaf februari 2024 en de verhuurder wordt veroordeeld tot herstel van schimmelproblemen; overige vorderingen worden afgewezen.