ECLI:NL:RBAMS:2026:943
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken bezwaarschrift en besluit
Verzoeker diende op 13 januari 2026 een verzoek om voorlopige voorziening in bij de rechtbank Amsterdam. Bij dit verzoek ontbraken echter het bezwaarschrift en het besluit waarop het verzoek betrekking had. De voorzieningenrechter wees verzoeker hierop met een brief van 15 januari 2026 en gaf een hersteltermijn van één week om de ontbrekende stukken alsnog te overleggen.
Verzoeker reageerde op 21 januari 2026 met enkele bijlagen, maar leverde niet het bezwaarschrift en het besluit aan. De voorzieningenrechter constateerde dat verzoeker niet binnen de gestelde termijn het verzuim had hersteld en geen verontschuldiging had gegeven voor het ontbreken van deze stukken.
Omdat niet was voldaan aan de vereisten van formele en materiële connexiteit, verklaarde de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk. Hierdoor werd het verzoek niet inhoudelijk beoordeeld en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak werd gedaan op 4 februari 2026 door voorzieningenrechter L. Dolfing, zonder zitting, en is onherroepelijk omdat tegen deze uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van het bezwaarschrift en het besluit.