ECLI:NL:RBARN:1999:AA3689
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.H. de Vries
- Rechtspraak.nl
Weigering werkloosheidsuitkering wegens verwijtbare werkloosheid na weigering concurrentiebeding
Eiseres was werkzaam als directiesecretaresse op basis van een tijdelijke arbeidsovereenkomst die niet werd verlengd omdat zij weigerde een concurrentiebeding te tekenen. Verweerder weigerde daarom haar WW-uitkering met ingang van 15 december 1997. Eiseres maakte bezwaar en stelde dat het niet accepteren van het concurrentiebeding haar niet kon worden verweten.
De rechtbank oordeelt dat het concurrentiebeding niet zodanig bezwarend was dat voortzetting van de arbeidsovereenkomst redelijkerwijs niet van eiseres kon worden verlangd. Door te weigeren het beding te tekenen, heeft eiseres de financiële gevolgen van haar werkloosheid op verweerder afgewenteld. Bovendien heeft eiseres al in februari 1998 ander werk buiten de hypotheeksector aanvaard, wat niet door het concurrentiebeding werd bestreken.
Op grond van artikel 24 WW Pro is eiseres verwijtbaar werkloos geworden en verweerder mocht de uitkering blijvend geheel weigeren. Er zijn geen bijzondere omstandigheden aangevoerd die het verwijt weg zouden nemen. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt het besluit tot weigering van de WW-uitkering.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de WW-uitkering wordt blijvend geheel geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid.