ECLI:NL:RBARN:1999:AA3784
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E.G. Smedema
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak minderjarige verdachte wegens onvoldoende bewijs niet voldoen aan vordering politie
Op 11 juni 1999 vond de terechtzitting plaats voor de kinderrechter in Arnhem tegen zes minderjarige verdachten die werden beschuldigd van het opzettelijk niet voldoen aan een vordering van een politie-inspecteur om zich te verwijderen van het terrein bij het stadion Gelredome.
De politie had een vordering gedaan aan een groep supporters vanwege dreiging van wanordelijkheden, onderbouwd met verklaringen en videobewijs. De verdediging voerde aan dat er geen sprake was van wanordelijkheden, dat de vordering onrechtmatig en onduidelijk was, en dat de verdachte zich wel had verwijderd.
De rechter oordeelde dat er sprake was van een dreiging van wanordelijkheden en dat de vordering niet onrechtmatig was. Echter, voor één verdachte werd vastgesteld dat hij de vordering niet had gehoord en zich tijdig had verwijderd, waardoor het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen kon worden.
De kinderrechter sprak deze verdachte vrij. Voor andere verdachten gold dat het bewijs onvoldoende was om schuld vast te stellen, mede vanwege de afstand tot de vorderende politie en de rumoerige situatie. Uiteindelijk werden alle verdachten vrijgesproken.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat hij niet aan de vordering van de politie heeft voldaan.