ECLI:NL:RBARN:1999:AF0133
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling akkoord in schuldsaneringsregeling na faillissement
De zaak betreft de vaststelling van een akkoord in de schuldsaneringsregeling van twee betrokkenen, X. en Y., na het faillissement van mevrouw Y. op 14 februari 1996. Tijdens de verificatievergadering werden de situatie van de betrokkenen en de gevolgen van het akkoord besproken.
De rechter-commissaris overwoog dat de betrokkenen zich sinds het faillissement in een minimale inkomenssituatie bevinden en dat de gezinssituatie een zware financiële last vormt. Zonder akkoord zou de wettelijke schuldsaneringsregeling waarschijnlijk tot medio juni 2000 duren, met een beperkte afdracht aan de boedel.
Het bedrag dat de schuldeiser mevrouw Z. zou ontvangen bij voortzetting van de regeling was niet substantieel genoeg om haar stemgedrag te rechtvaardigen. Op grond van artikel 332 lid 4 van Pro de Faillissementswet stelde de rechter-commissaris het aangeboden akkoord vast alsof het was aangenomen.
Uitkomst: Het aangeboden akkoord in de schuldsaneringsregeling wordt vastgesteld als aangenomen.