ECLI:NL:RBARN:2000:AA4434
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van afspraak over strafeis
Op 10 januari 2000 vond de terechtzitting plaats waarin verdachte werd bijgestaan door zijn raadsman. De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van 8 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk.
De rechtbank onderzocht het bewijs, waaronder faxberichten en telefoongesprekken tussen betrokken advocaten en politie-inspecteur. Hoewel er indicaties waren dat een strafeis van twee jaar werd besproken, werd niet bewezen dat er een bindende afspraak tot stand kwam op 19 maart 1997.
De verklaringen van verdachte en betrokkenen werden tegen elkaar afgewogen. De rechtbank achtte de verklaring van verdachte aannemelijker dan die van de officier van justitie. Gezien dit bewijs en de relevante wetsartikelen sprak de rechtbank verdachte vrij van de tenlastelegging.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige strafkamer van de rechtbank Arnhem op 24 januari 2000.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van de tenlastelegging.