ECLI:NL:RBARN:2000:AA4435
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van afspraak over strafeis op 19 maart 1997
De rechtbank Arnhem heeft op 24 januari 2000 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte C.J.W.M. van S. Verdachte werd beschuldigd van het maken van een afspraak over een strafeis tijdens een gesprek op 19 maart 1997. Tijdens de terechtzitting op 10 januari 2000 werd het bewijs onderzocht, waaronder faxberichten en telefoongesprekken tussen betrokkenen.
De rechtbank oordeelde dat het niet wettig en overtuigend bewezen was dat verdachte de tenlastegelegde afspraak had gemaakt. Hoewel verschillende deelnemers aan het gesprek aangaven dat een eis van twee jaar werd genoemd, was er geen bewijs dat er daadwerkelijk een bindende afspraak tot stand kwam. De verklaringen van verdachte en politie-inspecteur Van Z. werden als aannemelijker beoordeeld dan die van de officier van justitie.
De rechtbank benadrukte dat het faxbericht van 19 maart 1997 en de daaropvolgende communicatie geen bevestiging bevatten van een concrete afspraak. Ook het telefoongesprek van 7 april 1997, waarin mogelijk wel een afspraak werd gemaakt, was niet relevant voor de tenlastelegging die zich beperkte tot 19 maart 1997.
Op basis van deze overwegingen sprak de rechtbank verdachte vrij van de gehele tenlastelegging.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van een afspraak over de strafeis op 19 maart 1997.