ECLI:NL:RBARN:2000:AA5126
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- N.W. Huigen
- J.W.M. Tromp
- B.J. Engberts
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijke aansprakelijkheid bestuurder voor belastingschuld wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur
BH was bestuurder van H B.V., dat in 1993 failliet werd verklaard. Aan H B.V. werd een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over 1992-1993, inclusief heffingsrente, die niet is betaald. De Ontvanger stelde BH hoofdelijk aansprakelijk op grond van artikel 36 Invorderingswet Pro 1990 wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur.
BH voerde gemotiveerd verweer tegen de aansprakelijkstelling, onder meer door te betwisten dat sprake was van gefingeerde kasuitgaven en wijst op het ontbreken van onderliggende stukken van het Belastingdienstonderzoek. De rechtbank oordeelt dat het vermoeden van onbehoorlijk bestuur niet zomaar kan worden aangenomen en draagt de Ontvanger op bewijs te leveren van opzet of grove schuld van H B.V. en van kennelijk onbehoorlijk bestuur door BH.
De rechtbank bepaalt dat getuigenverhoren zullen plaatsvinden en houdt verdere beslissingen aan. De zaak wordt verwezen naar een rolzitting voor het opgeven van getuigen en verdere procedurele stappen. BH moet bij de verhoren aanwezig zijn, de Ontvanger wordt vertegenwoordigd door een bevoegde persoon.
Uitkomst: De rechtbank staat de Ontvanger toe bewijs te leveren van kennelijk onbehoorlijk bestuur en houdt verdere beslissing aan.