ECLI:NL:RBARN:2000:AA6410
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Weigering toewijzing huurovereenkomst wegens twijfel en dwaling over huurder
Eiseres vordert in kort geding dat gedaagde haar binnen twee dagen de woning te A. ter beschikking stelt op grond van een vermeende huurovereenkomst per 1 juni 2000 voor de duur van één jaar. Eiseres heeft de huurpenningen en waarborgsom betaald, maar gedaagde weigert de woning te leveren. Gedaagde betwist dat een huurovereenkomst tot stand is gekomen en voert aan dat hij de woning aanvankelijk te koop aanbood en pas later via een woonbemiddelingsbureau ter verhuur aanbood. Er is geen ondertekend huurcontract en er was geen overeenstemming over de ingangsdatum. Tevens beroept gedaagde zich op dwaling vanwege de reputatie van eiseres, die banden heeft met extreemrechtse groeperingen, wat hij pas later heeft vernomen.
De rechtbank oordeelt dat onvoldoende vaststaat dat een huurovereenkomst is gesloten, mede vanwege het ontbreken van overeenstemming over een essentieel onderdeel, de ingangsdatum. Ook indien er wel een overeenkomst zou zijn, acht de rechtbank het beroep op dwaling niet kansloos omdat eiseres een mededelingsplicht had over haar identiteit en reputatie. De vordering wordt daarom afgewezen. Eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.
De uitspraak is gedaan door de president van de rechtbank Arnhem op 7 juli 2000.
Uitkomst: De vordering tot terbeschikkingstelling van de woning wordt afgewezen wegens twijfel over de huurovereenkomst en geslaagd beroep op dwaling.