ECLI:NL:RBARN:2000:AA6969
Rechtbank Arnhem
- Voorlopige voorziening
- H.A.W. Snijders
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen tussentijdse beëindiging stage advocaat-stagiair
Verzoeker, een advocaat-stagiair, werd door de raad van toezicht van de Nederlandse orde van advocaten in het arrondissement Arnhem geconfronteerd met een besluit tot tussentijdse beëindiging van zijn stage wegens fraude bij tentamens van de beroepsopleiding.
Na een hoorzitting en het doorlopen van de beroepsprocedure werd het verzoek om een voorlopige voorziening tot schorsing van dit besluit behandeld. De rechtbank overwoog dat de raad van toezicht een zelfstandige bevoegdheid heeft om de stage ambtshalve te beëindigen, los van tuchtrechtelijke maatregelen.
Gezien de ernst van de fraude en het belang van de bescherming van justitiabelen, oordeelde de president dat het besluit tot beëindiging van de stage niet onredelijk was en dat het belang van onmiddellijke uitvoering zwaarder woog dan het belang van verzoeker bij voortzetting van de stage.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en werd het besluit tot beëindiging van de stage gehandhaafd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de tussentijdse beëindiging van de stage wordt afgewezen.