ECLI:NL:RBARN:2000:AA7217
Rechtbank Arnhem
- Voorlopige voorziening
- F.H. de Vries
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bouwvergunning drugsvoorziening Arnhem
Op 11 augustus 2000 verleende het college van burgemeester en wethouders van Arnhem een bouwvergunning voor de herinrichting van een pand aan de Boulevard Heuvelink 2 tot voorziening voor drugsverslaafden. Verzoekers, waaronder omwonenden, maakten bezwaar tegen deze vergunning en verzochten de president van de rechtbank Arnhem om een voorlopige voorziening, inhoudende schorsing van het besluit.
Verzoekers stelden dat de bouwaanvraag onjuist was gepubliceerd omdat deze aanvankelijk een tijdelijke voorziening betrof, terwijl de vergunning geen beperkte instandhoudingstermijn bevatte. Tevens werd aangevoerd dat verweerder in strijd met de Woningwet en gemeentelijke inspraakverordening had gehandeld, onder meer door geen inspraak te verlenen over locatie en duur van de voorziening.
De president oordeelde dat geen van de in artikel 44 van Pro de Woningwet genoemde weigeringsgronden aanwezig was en dat de herinrichting niet als tijdelijk bouwwerk kon worden aangemerkt. Ook werd geoordeeld dat het ontbreken van een bestemmingsplan en de inspraakkwesties geen grond vormden om de vergunning te schorsen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
De uitspraak werd op 25 september 2000 in het openbaar gewezen door de president van de rechtbank Arnhem, mr. F.H. de Vries.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de bouwvergunning voor de drugsvoorziening wordt afgewezen.