ECLI:NL:RBARN:2000:AF0135
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling verworpen akkoord als aangenomen bij schuldsanering ondanks tegenstem preferente schuldeiser
In deze zaak ging het om de vaststelling door de rechter-commissaris van een akkoord in een schuldsaneringsregeling van een natuurlijke persoon die handelend was onder een handelsnaam. Tijdens de verificatievergadering bleek dat één van de twee preferente schuldeisers tegen het akkoord had gestemd, terwijl voldoende concurrente schuldeisers hadden toegestemd. Volgens letterlijke lezing van artikel 332 lid 4 Fw Pro zou het akkoord niet vastgesteld kunnen worden omdat niet drie vierde van de preferente schuldeisers voor het akkoord had gestemd.
De rechter-commissaris overwoog echter dat de wetgever niet had bedoeld dat in situaties met slechts twee preferente schuldeisers deze bevoegdheid niet zou bestaan. Gezien het dwangmatige karakter van een akkoord in een schuldsaneringsregeling en de praktijk dat zelden meer dan twee preferente schuldeisers aanwezig zijn, moest de uitkomst van de som naar boven worden afgerond. Hierdoor werd aangenomen dat aan artikel 332 lid 4 sub a Fw Pro was voldaan.
Daarnaast werd geoordeeld dat de tegenstemmende preferente schuldeiser in redelijkheid niet tot zijn stemgedrag had kunnen komen, aangezien een extra bedrag van fl 10.000 in de boedel was gevloeid en het bedrag dat de schuldeiser zou ontvangen bij voortzetting van de regeling niet substantieel hoger zou zijn, mede gelet op zijn geringe vordering van fl 1.493,65 en de gezinssituatie van de schuldenaar.
Op basis van deze overwegingen stelde de rechter-commissaris het aangeboden akkoord vast alsof het was aangenomen.
Uitkomst: Het aangeboden akkoord in de schuldsanering werd vastgesteld als aangenomen ondanks de tegenstem van een preferente schuldeiser.