ECLI:NL:RBARN:2001:AA9817
Rechtbank Arnhem
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- H.A.W. Snijders
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking toestemming beveiligingswerkzaamheden wegens onbetrouwbaarheid
Verzoeker, werkzaam als horecaportier, kreeg toestemming van de korpschef om beveiligingswerkzaamheden te verrichten. Deze toestemming werd op 3 oktober 2000 ingetrokken nadat bij een politieonderzoek in zijn woning een vuurwapen en munitie werden aangetroffen. Verzoeker maakte bezwaar tegen deze intrekking, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank beoordeelde het beroep en oordeelde dat verzoeker niet meer betrouwbaar en geschikt is voor beveiligingswerkzaamheden, mede gelet op de aard van het feit en de belangen van de veiligheidszorg en de goede naam van de bedrijfstak.
De rechtbank overwoog dat het bezit van het vuurwapen in de privésfeer niet afdoet aan de onbetrouwbaarheid en dat de verklaring van verzoeker hierover niet doorslaggevend was. De belangenafweging door verweerder was redelijk en in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel. Het beroep op de hardheidsclausule en het beginsel van ne bis in idem faalden eveneens. De rechtbank wees het beroep af en zag geen aanleiding voor een voorlopige voorziening, waarbij het betaalde griffierecht werd gerestitueerd.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de toestemming voor beveiligingswerkzaamheden wordt ongegrond verklaard.