ECLI:NL:RBARN:2001:AB1083
Rechtbank Arnhem
- Voorlopige voorziening
- H.A.W. Snijders
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen intrekking horecavergunning wegens drugsgebruik
Verzoekster, exploitante van een horecabedrijf te Arnhem, kreeg op 21 juni 2000 een exploitatievergunning verleend. Na een inval van de politie op 11 november 2000 waarbij 50 strips cocaïne en handelsgeld werden aangetroffen, besloot de gemeente op 14 februari 2001 de vergunning in te trekken. Verzoekster maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening om de intrekking te schorsen.
De rechtbank overwoog dat de aanwezigheid van harddrugs in een publiek toegankelijk café een ernstige aantasting van de openbare orde betekent. Dit rechtvaardigt handhavend optreden en sluiting van het café. De verantwoordelijkheid voor de gang van zaken ligt bij de exploitante, ongeacht persoonlijke betrokkenheid.
Hoewel de Drank- en Horecawetvergunning ook was ingetrokken, was hierover nog geen bezwaar ingediend, zodat dit besluit niet in de procedure aan de orde was. De rechtbank stelde vast dat het belang van verzoekster bij schorsing niet opweegt tegen het belang van de gemeente bij handhaving van de openbare orde.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de horecavergunning wordt afgewezen.