ECLI:NL:RBARN:2001:AB2312
Rechtbank Arnhem
- Cassatie
- H. Eigenberg
- H.P.M. Kester
- T.P.E.E. van Groeningen
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke vrijspraak en terbeschikkingstelling wegens poging tot moord met obsessief-compulsieve stoornis
De rechtbank Arnhem heeft op 27 juni 2001 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van poging tot moord op haar echtgenoot door hem met een of meer hamers op het hoofd te slaan. De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft gepleegd, maar sprak haar vrij voor overige tenlastegelegde feiten.
Een multidisciplinair rapport van een psycholoog en psychiater concludeerde dat verdachte ten tijde van het delict leed aan een obsessief-compulsieve stoornis in combinatie met een gemengde persoonlijkheidsstoornis, waardoor zij het feit in sterk verminderde mate kon worden toegerekend. De rechtbank volgde deze conclusie en stelde vast dat verdachte strafbaar is, maar met een verminderde toerekeningsvatbaarheid.
De rechtbank hield rekening met de ernst van het feit, de persoonlijke omstandigheden van verdachte, en het advies van deskundigen om een maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging op te leggen. Verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van één jaar, met aftrek van de tijd in voorlopige hechtenis, en gelast terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege. De rechtbank sprak verdachte vrij voor de niet-bewezen feiten en legde de straf en maatregel op na zorgvuldige afweging.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot één jaar gevangenisstraf met terbeschikkingstelling en verpleging wegens poging tot moord met verminderde toerekeningsvatbaarheid.