ECLI:NL:RBARN:2001:AB2456
Rechtbank Arnhem
- Cassatie
- T.P.E.E. van Groeningen
- H.P.M. Kester
- H. Eigenberg
- Rechtspraak.nl
Veroordeling tot acht jaar gevangenisstraf en terbeschikkingstelling wegens moord met verminderde toerekeningsvatbaarheid
De rechtbank Arnhem heeft op 4 juli 2001 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, geboren in 1971, die werd verdacht van moord. De zaak werd behandeld tijdens meerdere zittingen in april, juni en juli 2001. Verdachte werd bijgestaan door een advocaat en verscheen ter terechtzitting.
De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde feit van moord heeft gepleegd door het slachtoffer met een hamer te slaan en met een mes te steken, waardoor het slachtoffer overleed. Verdachte voelde zich seksueel misbruikt en gekrenkt door het slachtoffer, wat leidde tot het geweldsincident. Een deskundigenrapport concludeerde dat verdachte leed aan een aanmerkelijke persoonlijkheidsstoornis en dat hij verminderd toerekeningsvatbaar was.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van acht jaar, hoger dan de geëiste drie jaar, rekening houdend met de ernst van het feit en de verminderde toerekeningsvatbaarheid. Tevens werd terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege opgelegd vanwege het gevaar voor de algemene veiligheid. Verdachte kreeg volledige aftrek van de tijd in voorlopige hechtenis en verzekering.
De rechtbank sprak verdachte vrij van overige tenlasteleggingen die niet bewezen konden worden en motiveerde de straf op basis van de ernst van het feit, de persoonlijke omstandigheden van verdachte en het deskundigenadvies over de kans op recidive.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf en terbeschikkingstelling met verpleging wegens moord met verminderde toerekeningsvatbaarheid.