ECLI:NL:RBARN:2001:AB2693
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.H. de Vries
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit onnodig lange voorschotverstrekking WAO-uitkering
Eiseres vroeg een WAO-uitkering aan, die verweerder op 15 juni 2000 weigerde omdat zij bij einde wachttijd minder dan 15% arbeidsongeschikt zou zijn. Verweerder vorderde vervolgens een bedrag terug wegens onterecht betaalde voorschotten. De rechtbank oordeelt dat het besluit berust op een onvoldoende medische grondslag, omdat de bezwaarverzekeringsarts zonder eigen onderzoek aannam dat de psychische belastbaarheid op einde wachttijd gelijk was aan die ruim acht maanden later. Tevens had verweerder met meer voortvarendheid de benodigde schildklieronderzoeken kunnen uitvoeren, zodat tijdig een beslissing genomen had kunnen worden.
De rechtbank stelt vast dat eiseres onnodig lang een terugvorderbaar voorschot heeft ontvangen, zonder dat verweerder rekening hield met de mogelijke problemen voor eiseres bij het ontbreken van een uitkering. Het besluit tot weigering van de uitkering is daarmee in strijd met artikel 3:2 Awb Pro en wordt vernietigd. Ook het terugvorderingsbesluit vervalt hiermee en wordt vernietigd. Verweerder moet nieuwe besluiten nemen op de bezwaarschriften.
De rechtbank overweegt verder dat onvoldoende grond bestaat voor het oordeel dat eiseres op 26 april 2000 meer beperkingen had dan vastgesteld en dat het arbeidskundig onderzoek van 5 juni 2000 een goede basis vormt om te concluderen dat zij vanaf 1 juli 2000 minder dan 15% arbeidsongeschikt is. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van eiseres.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de besluiten tot weigering van de WAO-uitkering en terugvordering van voorschotten en beveelt nieuwe besluitvorming.