ECLI:NL:RBARN:2001:AD3413
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering aanlegvergunning voor oprit in cultuurbos wegens onvoldoende motivering wildcorridorfunctie
Eisers verzochten om een aanlegvergunning voor het verplaatsen en verharden van een oprit op hun perceel in een gebied met de bestemming 'cultuurbos'. De gemeente Arnhem weigerde deze vergunning op grond dat het gebied als wildcorridor fungeert en de aanleg de natuur- en landschapswaarden zou schaden.
Eisers maakten bezwaar en stelden dat het verharden van een bestaand bospad nauwelijks negatieve effecten zou hebben, mede omdat het gebied reeds berijdbaar is en er voldoende breedte voor de wildcorridor overblijft. De rechtbank stelde vast dat het gebied inderdaad als wildcorridor kan worden aangemerkt en dat deze functie onder de te beschermen natuur- en landschapswaarden valt.
De gemeente had echter onvoldoende gemotiveerd waarom het verharden en verleggen van het bospad de wildcorridorfunctie in meer dan geringe mate zou aantasten. Er ontbrak een deskundigenonderzoek dat dit aannemelijk maakte. Ook interne rapportages werden niet overgelegd. De rechtbank oordeelde dat de belangenafweging van de gemeente niet aan de wettelijke toets voldeed en vernietigde het besluit.
De gemeente werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eisers. De zaak werd terugverwezen voor een nieuw besluit met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het besluit van de gemeente Arnhem tot weigering van de aanlegvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en de gemeente wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.