ECLI:NL:RBARN:2001:AD6422
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A.Z. Hooft Graafland
- A. Dik
- B.N. Crol
- Rechtspraak.nl
Toewijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens schijn van partijdigheid
Verdachte heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. [rechter], lid van de meervoudige kamer die zijn strafzaak behandelde, omdat zij eerder als rechter-commissaris getuigen heeft gehoord in een gerelateerde zaak tegen een ander persoon, [B.]. De stukken van die zaak zijn aan het dossier van verdachte toegevoegd, waardoor verdachte meent dat de rechter niet onpartijdig kan zijn.
De rechtbank overweegt dat de situatie van artikel 268 Sv Pro niet van toepassing is omdat de rechter geen onderzoek heeft verricht in de zaak tegen verdachte, maar wel in de zaak tegen [B.]. Desondanks kan de schijn van partijdigheid ontstaan doordat de rechter eerder betrokken was bij het horen van getuigen, waaronder verdachte zelf, in de andere zaak.
De rechtbank concludeert dat deze schijn van partijdigheid voldoende is om het wrakingsverzoek toe te wijzen, zodat verdachte kan rekenen op een onpartijdig tribunaal. Het verzoek wordt daarom toegewezen en de rechter wordt van de zaak afgewezen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt toegewezen vanwege de schijn van partijdigheid van het lid van de meervoudige kamer.