ECLI:NL:RBARN:2001:AD6802

Rechtbank Arnhem

Datum uitspraak
10 december 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
05/091003-01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • A.T.M. Vrijhoeven
  • B.N. Crol
  • R. de Vreede
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 140 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens ontbreken van wettig bewijs voor medeplegen en criminele organisatie

Op 10 december 2001 heeft de rechtbank Arnhem uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte, vertegenwoordigd door mr. T.H.U. Hiddema. Verdachte werd beschuldigd van meerdere strafbare feiten, waaronder medeplegen binnen een criminele organisatie.

Tijdens de terechtzitting van 26 november 2001 werd verdachte gehoord en verdedigd. De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van vier jaar. De rechtbank heeft echter geoordeeld dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen.

Specifiek werd vastgesteld dat er geen sprake was van een criminele organisatie zoals bedoeld in artikel 140 Sr Pro, omdat de vereiste structuur en duurzaamheid ontbraken. Tevens ontbraken de elementen van bewuste samenwerking en gezamenlijke uitvoering die noodzakelijk zijn voor bewezenverklaring van medeplegen.

Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. De uitspraak werd gedaan in een openbare terechtzitting.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor medeplegen en het ontbreken van een criminele organisatie.

Uitspraak

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE ARNHEM
MEERVOUDIGE KAMER
STRAFVONNIS
In de zaak van:
de officier van justitie in het arrondissement Arnhem
tegen:
Advocaat: mr. T.H.U. Hiddema te Maastricht.
Parketnummer: 05/091003-01
Zitting: 26 november 2001 (TEGENSPRAAK)
Uitspraak: 10 november 2001
1. DE TENLASTELEGGING
Aan verdachte is tenlastegelegd hetgeen in de dagvaarding is omschreven. Een kopie van de dagvaarding is hierna opgenomen als bijlage I.
De tenlastelegging is ter terechtzitting gewijzigd conform de door de officier van justitie ingediende vordering wijziging tenlastelegging. Van deze vordering is hierna een kopie opgenomen als bijlage I a en de inhoud daarvan moet als hier ingevoegd worden beschouwd.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.
2. HET ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
De zaak is laatstelijk op 26 november 2001 ter terechtzitting onderzocht.
Daarbij is verdachte gehoord, bijgestaan door zijn raadsman mr. T.H.U. Hiddema, advocaat te Maastricht.
De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 1, 2, 3 primair en 4 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaar.
Verdachte en de raadsman hebben het woord tot verdediging gevoerd.
3. DE MOTIVERING VAN DE BESLISSING
De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte onder 1, 2, 3 primair en 4 is tenlastegelegd, zodat verdachte daarvan zal worden vrijgesproken. Een criminele organisatie als bedoeld in artikel 140 van Pro het Wetboek van Strafrecht is door de rechtbank niet aanwezig geacht nu er geen sprake is geweest van een organisatie met voldoende structuur en duurzaamheid. Daarboven acht de rechtbank niet aanwezig de voorwaarden die vereist zijn voor een bewezenverklaring van het tenlastegelegde medeplegen namelijk "bewuste samenwerking" en "gezamenlijke uitvoering".
4. DE BESLISSING
De rechtbank, recht doende:
Verklaart niet bewezen hetgeen onder 1, 2, 3 primair en 4 is tenlastegelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.
Aldus gewezen door:
mr. A.T.M. Vrijhoeven, rechter als voorzitter,
mrs. B.N. Crol, vice-president en R. de Vreede, rechter,
in tegenwoordigheid van F. Venema, griffier,
en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 10 december 2001.