ECLI:NL:RBARN:2001:AD7645
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- I. Stijns-Schepers
- G. Bracht
- M.A.F. Cools-Weebers
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak en veroordeling wegens nalaten medische hulp bij ernstig letsel van eigen kind met dodelijke afloop
De rechtbank Arnhem behandelde de zaak van verdachte die werd beschuldigd van het opzettelijk nalaten van adequate medische hulp aan haar zoon NN NN, wat resulteerde in diens overlijden. Na onderzoek achtte de rechtbank het primair en subsidiair tenlastegelegde niet bewezen, maar stelde vast dat verdachte het meest subsidiair tenlastegelegde feit had gepleegd.
Uit de bewijsmiddelen bleek dat de zoon vanaf zijn geboorte blauwe plekken vertoonde en in april 2000 meerdere keren letsel opliep, waaronder een val van een matras. Ondanks duidelijke signalen van ernstige mishandeling en ziekte, waaronder neurologisch huilen en aanvallen, riepen verdachte en haar mededader niet tijdig medische hulp in. Verdachte had wel contact met een huisarts, maar gaf niet alle relevante informatie door, waardoor de arts geen juiste inschatting kon maken.
Deskundigen concludeerden dat verdachte een borderline persoonlijkheidsstoornis in ontwikkeling heeft en een gebrekkige sociaal-emotionele ontwikkeling, waardoor het feit haar slechts licht verminderd kan worden toegerekend. De rechtbank oordeelde dat het meerderjarigenstrafrecht van toepassing is en veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van drie jaar, met aftrek van de voorarresttijd.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie jaar wegens het opzettelijk nalaten van tijdige medische hulp aan haar zoon, wat leidde tot zijn overlijden.