ECLI:NL:RBARN:2001:AD7646
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- I. Stijns-Schepers
- G. Bracht
- M.A.F. Cools-Weebers
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens het nalaten van tijdige medische hulp aan hulpeloze baby met fatale afloop
De rechtbank Arnhem heeft op 28 december 2001 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van het nalaten van tijdige medische hulp aan zijn baby, wat resulteerde in de dood van het kind.
Uit het bewijs bleek dat de baby vanaf kort na de geboorte meerdere keren tekenen van ernstig letsel en ziekte vertoonde, waaronder blauwe plekken, aanvallen en neurologisch afwijkend gedrag. Ondanks adviezen van het consultatiebureau en contact met een huisarts, hebben verdachte en zijn mededader nagelaten adequate medische hulp in te schakelen. Dit nalaten leidde uiteindelijk tot het overlijden van de baby op 23 april 2000.
Psychiatrisch en psychologisch onderzoek toonde aan dat verdachte een kinderlijke persoonlijkheidsstructuur heeft met beperkte cognitieve vermogens, waardoor hij slechts licht verminderd toerekeningsvatbaar was. De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte het meest subsidiair ten laste gelegde feit heeft begaan en veroordeelde hem tot een gevangenisstraf van drie jaar, met aftrek van voorarrest.
De rechtbank verwierp de primaire en subsidiaire tenlasteleggingen wegens onvoldoende bewijs en oordeelde dat het bewezenverklaarde feit strafbaar is. Het verweer van de raadsman tegen de wijziging van de tenlastelegging werd eveneens verworpen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf wegens het opzettelijk nalaten van tijdige medische hulp aan zijn hulpeloze baby, wat leidde tot diens overlijden.