ECLI:NL:RBARN:2002:AD9587
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- N.W. Huijgen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot matiging en staking van dwangsom wegens niet-naleving vonnis afrastering
Eisers zijn bij vonnis van 2 augustus 2001 veroordeeld om binnen twee weken de afrastering tussen percelen te verwijderen en op de kadastrale grens te plaatsen, onder verbeurte van een dwangsom. Eisers stelden dat zij voldaan hadden aan het vonnis, maar gedaagden betwistten dit en verwezen naar een brief van het kadaster waarin stond dat enkele palen niet op de grens stonden.
De rechtbank oordeelde dat eisers onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat zij volledig aan het vonnis hadden voldaan. De stellingen dat paaltjes later alsnog goed waren geplaatst of dat derden de paaltjes hadden verplaatst, waren onvoldoende onderbouwd. Ook was niet gebleken dat het vonnis een misslag bevatte of dat nieuwe feiten een noodtoestand veroorzaakten.
De rechtbank overwoog dat matiging van de dwangsom alleen mogelijk is door de rechter die de dwangsom heeft opgelegd en alleen bij blijvende of tijdelijke onmogelijkheid om aan de veroordeling te voldoen, wat hier niet het geval was. De vordering tot staking van de executie en matiging van de dwangsom werd daarom afgewezen.
Eisers werden veroordeeld in de kosten van de procedure. Het vonnis werd gewezen door mr. N.W. Huijgen en uitgesproken op 22 februari 2002.
Uitkomst: Vordering tot staking en matiging van dwangsom wordt afgewezen; eisers worden veroordeeld in de proceskosten.