ECLI:NL:RBARN:2002:AE1701
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.A.W. Snijders
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vermindering rijksvergoeding wegens benoeming met voorbijgaan aan eigen wachtgelder
De Stichting Christelijk Primair Onderwijs heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen waarbij de rijksvergoeding voor 1997 werd verminderd met ƒ 15.796,26 vanwege de benoeming in 1996 van een personeelslid met voorbijgaan aan een eigen wachtgelder. De stichting betoogde dat deze vermindering een sanctie betrof en dat er een herbenoemingsverplichting bestond.
De rechtbank overweegt dat artikel 105, eerste lid, van de Wet op het basisonderwijs (WBO) een dwingend voorschrift bevat dat bij benoeming met voorbijgaan aan een eigen wachtgelder een vermindering op de rijksvergoeding moet worden toegepast. De rechtbank sluit zich aan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat deze vermindering geen punitieve sanctie is, maar een compensatie voor de gemaakte kosten.
Verder oordeelt de rechtbank dat uit de wet geen verplichting volgt om een wachtgelder te benoemen, en dat de stichting de financiële gevolgen van haar keuze moet dragen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. De rechtbank ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door rechter H.A.W. Snijders op 9 april 2002, en de stichting kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de vermindering van de rijksvergoeding wordt ongegrond verklaard.