ECLI:NL:RBARN:2002:AE1993
Rechtbank Arnhem
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bouwvergunningen en vrijstellingen voor woningbouw Kernhem te Ede
Verzoeksters, twee natuurverenigingen, maakten bezwaar tegen bouwvergunningen en vrijstellingen verleend voor woningbouw in het gebied Kernhem te Ede. Zij stelden dat het milieu-effectrapport (MER) niet voldeed aan de wettelijke eisen en dat de ecologische zone onvoldoende breed was, waardoor het besluit in strijd zou zijn met de partiële herziening van het streekplan.
De voorzieningenrechter overwoog dat de vrijstellingen ex artikel 19 WRO Pro rechtmatig waren verleend, mede omdat gedeputeerde staten van Gelderland een verklaring van geen bezwaar hadden afgegeven. De ruimtelijke onderbouwing voldeed aan de eisen en de bouwplannen stonden niet in de weg aan de aanleg van een ecologische zone van minimaal 50 meter breed.
Verder werd geoordeeld dat de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State terecht had beslist dat de verkorte procedure van artikel 7.16 Wet milieubeheer kon worden toegepast en dat het MER-ISEV voldoende alternatieven bevatte. Er was geen gerede twijfel over de rechtmatigheid van het bestreden besluit, zodat het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de bouwvergunningen en vrijstellingen voor woningbouw in Kernhem te Ede wordt afgewezen.