ECLI:NL:RBARN:2002:AE3407
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.H. de Vries
- D.J. Post
- P.E.M. Messer-Dinnissen
- Rechtspraak.nl
Gelijkstelling bevallingsverlof met ziekte leidt tot discriminatie in WAO-wachttijd
Eiseres, een vrouwelijke verpleegkundige, kreeg een arbeidsongeschiktheidsuitkering toegekend met ingang van 9 november 1998. Verweerder, het UWV, had bij de berekening van de wachttijd van 52 weken de periode van zwangerschaps- en bevallingsverlof meegerekend. Eiseres stelde dat deze gelijkstelling van bevallingsverlof met ziekte onterecht was en in strijd met het gelijkheidsbeginsel en Europese richtlijnen.
De rechtbank overwoog dat het zonder meer gelijkstellen van bevallingsverlof met ziekte leidt tot discriminatie, omdat een zwangere vrouw die in beginsel niet ziek is, gelijk wordt behandeld met een zieke man of niet-zwangere vrouw. Dit is in strijd met artikel 4, lid 1, van Richtlijn 79/7/EEG. De rechtbank onderschreef de strekking van het Mary Brown-arrest van het Europese Hof, waarin werd geoordeeld dat ziekte tijdens zwangerschap en bevallingsverlof niet mag worden gelijkgesteld aan ziekte in de zin van arbeidsongeschiktheidsregelingen.
De rechtbank oordeelde dat de periode van zwangerschaps- en bevallingsverlof niet mag worden meegeteld bij de berekening van de wachttijd van 52 weken voor de WAO-uitkering, tenzij sprake is van een andere, niet-zwangerschapsgerelateerde arbeidsongeschiktheid. De wet Arbeid en Zorg, die per 1 december 2001 in werking trad, bevestigt deze lijn. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het meetellen van zwangerschaps- en bevallingsverlof bij de WAO-wachttijd leidt tot discriminatie en het besluit wordt vernietigd.