ECLI:NL:RBARN:2002:AE4761
Rechtbank Arnhem
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen doorhaling registratie huisarts wegens onvoldoende deskundigheidsbevordering
Verzoeker, sinds 1976 geregistreerd als huisarts, werd geconfronteerd met een besluit van de Huisarts en Verpleeghuisarts Registratie Commissie om zijn registratie door te halen wegens onvoldoende deelname aan geaccrediteerde deskundigheidsbevordering en het ontbreken van een waarnemingsregeling. Verzoeker had te maken met diverse tegenslagen, waaronder het ontbreken van een waarnemingsregeling na ontbinding van zijn hagro, een schorsing door het Regionaal Tuchtcollege die later werd opgeheven, en problemen met zijn praktijkruimte.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het tegenwerpen van het ontbreken van een waarnemingsregeling aan verzoeker in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel, mede omdat verweerder dit eerder niet had aangevoerd. Tevens wordt vastgesteld dat verzoeker niet heeft aangetoond dat de berekening van het aantal uren deskundigheidsbevordering onjuist is, waardoor hij niet voldoet aan de eis van 200 uur in vijf jaar.
Desondanks acht de voorzieningenrechter het belang van verzoeker groot en meent dat verweerder in bijzondere omstandigheden van het beleid kan afwijken. Gezien de omstandigheden en het belang van deskundigheidsbevordering wordt de doorhaling geschorst en de registratie verlengd tot 24 juni 2003, zodat verzoeker alsnog aan de eisen kan voldoen. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De doorhaling van de registratie van verzoeker als huisarts wordt geschorst en de registratietermijn verlengd tot 24 juni 2003.