ECLI:NL:RBARN:2002:AE7342
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.L. Drabbe
- Rechtspraak.nl
Vordering tot schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen J.P. Heije Instituut inzake studiefinanciering
Eiser woonde enkele jaren in het J.P. Heije Instituut en werd door het Instituut studiefinanciering toegekend en ontvangen, terwijl hij toen al meerderjarig was, niet meer woonde in het Instituut en niet meer studeerde. Het Instituut heeft studiefinanciering aangevraagd en ontvangen zonder medeweten van eiser. Tevens werd het saldo van zijn spaargeld pas na twee jaar aan zijn tante uitbetaald, die het geld niet aan eiser teruggaf.
Eiser vordert van de Stichting Pluryn, rechtsopvolger van het Instituut, vergoeding van de schade die hij lijdt door de studiefinancieringsschuld die IBG bij hem heeft geclaimd. De Stichting betwist het onrechtmatig handelen en beroept zich op verjaring van de vordering. De rechtbank oordeelt dat eiser pas in 1998 daadwerkelijk bekend was met het onrechtmatig handelen van het Instituut, zodat de verjaring niet is ingetreden.
De rechtbank stelt vast dat alleen de te veel betaalde studiefinanciering van ƒ4.843,20 (€2.197,75) schade vormt die het gevolg is van het onrechtmatig handelen. Rente en invorderingskosten zijn voor rekening van eiser, omdat hij naliet tijdig onderzoek te doen. De Stichting is gehouden tot betaling van het bedrag dat eiser aan IBG heeft betaald, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 15 april 1998. De vordering wordt deels toegewezen en deels afgewezen, met ieder partij die eigen proceskosten draagt.
Uitkomst: Stichting Pluryn wordt veroordeeld tot betaling van €2.197,75 plus rente vanaf 15 april 1998, deels toegewezen en deels afgewezen.