ECLI:NL:RBARN:2002:AE9289
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op ziekengeld bij arbeidsovereenkomst met uitgestelde prestatieplicht
Eiser was op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd op afroepbasis werkzaam als reisbegeleider/chauffeur. De overeenkomst bepaalde dat hij alleen recht had op loon indien hij daadwerkelijk werd opgeroepen en arbeid verrichtte. Eiser meldde zich ziek tijdens de looptijd van de overeenkomst en vorderde ziekengeld op grond van de Ziektewet (ZW).
Verweerder, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), weigerde de uitkering omdat eiser recht had op doorbetaling van loon door zijn werkgever tijdens ziekte. Eiser maakte bezwaar en stelde dat hij alleen recht had op loon bij daadwerkelijke oproep en dat er sprake was van een voorovereenkomst, waardoor hij aanspraak kon maken op ziekengeld alsof hij verzekerd bleef.
De rechtbank beoordeelde of de overeenkomst een arbeidsovereenkomst met uitgestelde prestatieplicht was of een voorovereenkomst. Gezien de verplichting van eiser om arbeid te verrichten en de aard van de werkzaamheden, concludeerde de rechtbank dat sprake was van een arbeidsovereenkomst met uitgestelde prestatieplicht. Hierdoor bestaat tijdens de looptijd van de overeenkomst geen recht op ziekengeld. Pas na beëindiging van de overeenkomst kan aanspraak op ziekengeld ontstaan.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat eiser geen recht had op ziekengeld over de periode van ziekte tijdens de arbeidsovereenkomst. Er was geen strijd met geschreven of ongeschreven rechtsregels of algemene rechtsbeginselen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat eiser geen recht heeft op ziekengeld tijdens de looptijd van de arbeidsovereenkomst met uitgestelde prestatieplicht.