ECLI:NL:RBARN:2002:AE9838
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot vervanging venster wegens minimale overschrijding erfgrens
Eiser X vordert dat gedaagde Y binnen 21 dagen het venster in zijn uitbouw, dat binnen twee meter van de erfgrens is geplaatst, vervangt door een vaststaand ondoorzichtig venster. X baseert zijn vordering op artikel 5:50 lid 1 BW Pro, dat een minimale afstand van twee meter voorschrijft tussen vensters en erfgrenzen.
Y voert verweer dat het venster niet binnen twee meter van de erfgrens is gemeten vanaf de buitenmuur, zoals de wet vereist, maar vanaf het kozijn, en dat de geringe overschrijding geen belangen van X schaadt. Tijdens de comparitie is vastgesteld dat de afstand 1,97 à 1,98 meter bedraagt, een minimale onderschrijding.
De rechtbank oordeelt dat de afstand inderdaad gemeten moet worden vanaf de buitenmuur en dat er sprake is van een lichte overschrijding. Echter, deze overschrijding is zo gering dat X niet in zijn visuele privacybelang is geschaad. Bovendien lijkt X de bevoegdheid tot vordering te gebruiken om Y te benadelen, wat als misbruik van recht wordt aangemerkt.
Daarom wijst de rechtbank de vordering af en veroordeelt X in de proceskosten. De veroordeling in de kosten is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af wegens minimale overschrijding en gebrek aan belang en veroordeelt eiser in de proceskosten.