ECLI:NL:RBARN:2002:AF1687

Rechtbank Arnhem

Datum uitspraak
14 november 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
92456 / KG ZA 02-672
Instantie
Rechtbank Arnhem
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
  • J.A.Z. Hooft Graafland
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding koopovereenkomst tweedehands auto wegens gebreken en schadevergoeding

X kocht op 2 september 2002 een tweedehands BMW van Jonker voor € 24.250. Bij levering ontving X een keuringsrapport met gebreken die Jonker zou verhelpen. Na meerdere reparaties en een ANWB-keuring waarbij ernstige motorproblemen werden geconstateerd, ontbond X de koopovereenkomst buitengerechtelijk en vorderde terugbetaling en schadevergoeding.

Jonker voerde verweer en stelde dat de auto wel aan de overeenkomst voldeed en vorderde opheffing van het conservatoir beslag. De rechtbank oordeelde dat de auto niet geschikt was voor normaal gebruik en dat X terecht de overeenkomst had ontbonden. Jonker werd veroordeeld tot betaling van € 27.819,55, inclusief schadevergoeding, en X moest de auto na betaling ter beschikking stellen.

De rechtbank wees de meeste schadeposten toe, waaronder keuringskosten, huur vervangende auto’s, benzinekosten en een deel van de verzekeringspremie. Kosten voor ANWB-lidmaatschap en inspectie door BMW-dealer werden afgewezen. Het conservatoir beslag bleef in stand. Beide partijen werden veroordeeld in proceskosten, waarbij Jonker de kosten in conventie moest dragen en in reconventie nihil.

Uitkomst: Jonker wordt veroordeeld tot terugbetaling van € 27.819,55 en schadevergoeding wegens gebreken aan de auto.

Uitspraak

Rechtbank Arnhem
Sector civiel recht
Zaak-/rolnummer: 92456 / KG ZA 02-672
Datum uitspraak: 14 november 2002
Vonnis
in kort geding
in de zaak van
X,
wonende te Z,
eiser in conventie bij dagvaarding van 30 oktober 2002,
verweerder in reconventie,
procureur mr. J.C.N.B. Kaal,
advocaat mr. P.J. Winkel te Leiden,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
JONKER HOEVELAKEN B.V.,
gevestigd te Hoevelaken,
gedaagde in conventie,
eiseres in reconventie,
advocaat mr. M.J. Scholten te Arnhem.
Partijen worden hierna respectievelijk X en Jonker genoemd.
Het verloop van de procedure
X heeft Jonker ter terechtzitting in kort gding doen dagvaarden en gevorderd zoals is weergegeven in de dagvaarding, met dien verstande dat hij zijn eis heeft gewijzigd zoals hierna vermeld. Jonker heeft zich niet verzet tegen de eiswijziging. Wel heeft zij geconcludeerd tot weigering van de gevorderde voorzieningen. Daarbij heeft zij een reconventionele vordering ingesteld. X heeft geconcludeerd tot weigering van de in reconventie gevorderde voorzieningen. De raadslieden van partijen hebben de zaak bepleit overenkomstig hun overgelegde pleitnotities en daarbij producties in het geding gebracht. Ten slotte hebben partijen vonnis gevraagd.
De vaststaande feiten
1. X heeft op 2 september 2002 van Jonker, een auto- en garagebedrijf, een tweedehands auto gekocht van het merk BMW, type 328i, bouwjaar 1998, (hierna te noemen: de auto). Partijen zijn een koopprijs voor de auto overeengekomen van € 24.250,00. De koopprijs is door X betaald.
2. Bij gelegenheid van de verkoop van de auto heeft Jonker een rapport van DEKRA Keuringen B.V. over de auto overhandigd aan X. In dit rapport staat onder andere vemeld: “Indien de geconstateerde gebreken/reparatiepunten, die in het rapport staan vermeld, vakkundig zijn uitgevoerd: (--) kan deze auto het kwaliteitsniveau zeer goed gaan behalen.” Ook staat onder andere in dit rapport vermeld: “de motor vertoont olielekkage”, “koelvloeistof; tot 35 C” . Verder volgt uit het rapport dat de thermostaat vernieuwd en/of gerepareerd moest worden.
3. Partijen hebben afgesproken dat Jonker de gebreken van de auto die in het rapport worden genoemd, zou verhelpen en dat X nadien de auto zou ophalen bij Jonker op 6 september 2002.
4. X heeft de auto op 6 september 2002 opgehaald. De auto is daarna diverse keren voor reparatie door X naar Jonker teruggebracht. Nadat de auto vervolgens door een BMW-dealer in Zoetermeer is geïnspecteerd, heeft X bij brief van zijn raadsman op 7 oktober 2002 de koopovereenkomst met betrekking tot de auto (hierna verder aan te duiden als de koopovereenkomst) buitengerechtelijk ontbonden en daarbij de koopsom teruggevorderd.
5. Op advies van zijn raadsman heeft X de auto daarna laten keuren door de ANWB, en Jonker uitgenodigd om bij de keuring aanwezig te zijn. De auto is op 16 oktober 2002 door de ANWB gekeurd. Jonker was daar niet bij aanwezig omdat zij niet twijfelt aan de deskundigheid van de keurmeesters van de ANWB. In het keuringsrapport van de ANWB staat onder andere vermeld: “Tijdens proefrit veel te hoge motortemperatuur waargenomen. Voor aanvang motortest kokende motor waargenomen. Motortest voortijdig onderbroken/gestaakt. Motor uitwendig reinigen i.v.m. olielekkage. Koelvloeistof lekkage opheffen (waarschijnlijk koppakkingen vernieuwen).” Ook staat in het rapport: “Tijdens proefrit onaangename stank interieur waarneembaar.”
6. Op 17 oktober 2002 heeft X conservatoir derdenbeslag gelegd onder de ABN AMRO Bank te Nijkerk, op de banktegoeden van Jonker, voor een bedrag van € 35.000,00 dit tot zekerheid van de terugbetaling van de koopsom van de auto en vergoeding van geleden schade.
7. De koopsom is niet terugbetaald door Jonker. De auto staat bij X.
De vordering
In conventie
8. Na wijziging van eis vordert X -kort weergegeven- veroordeling van Jonker tot betaling aan X van de navolgende bedragen:
a. € 24.250,00 (koopsom auto)
b. 204,89 (keuringskosten ANWB)
c. 68,00 (lidmaatschap ANWB)
d. 84,25 (inspectiekosten BMW-dealer Zoetermeer)
e. 4.060,94 (rechtsbijstandkosten)
f. 1.380,00 (huur vervangende auto’s)
g. 1.239,75 (verzekeringspremie)
h. 132,00 (benzinekosten)
i. 136,00 (wegenbelasting)
totaal € 31.555,83
==========
Ten slotte vordert X veroordeling van Jonker in de proceskosten, waaronder begrepen de beslagkosten.
Aan zijn vordering legt X ten grondslag dat Jonker, gelet op de gebreken aan de auto, niet de auto heeft geleverd die hij in de gegeven omstandigheden mocht verwachten, zodat hij op goede gronden buitengerechtelijk de koopoverenkomst heeft ontbonden. Daardoor moet Jonker hem de koopprijs (het bedrag onder a vermeld) terugbetalen en dient Jonker hem tevens de schade te vergoeden die hij hierdoor heeft geleden (de bedragen onder b tot en met i vermeld). Jonker heeft tegen het gevorderde gemotiveerd verweer gevoerd, waarop hierna -voor zover nodig- zal worden ingegaan.
In reconventie
9. Jonker vordert -kort weergegeven- primair opheffing van het door X gelegde conservatoir derdenbeslag en een verbod voor X om opnieuw conservatoire maatregelen te nemen. Jonker voert hiervoor aan dat de auto weldegelijk de eigenschappen bezit die X op grond van de koopovereenkomst kon en mocht verwachten. Subsidiair vordert Jonker -eveneens kort weergegeven- verlaging van het bedrag waarvoor het conservatoir derdenbeslag is gelegd, en wel tot € 10.750,00. Jonker voert daarvoor aan dat de waarde van de auto nog een aanzienlijk bedrag vertegenwoordigt, waardoor er geen reden is om voor wat betreft de koopsom van de auto het conservatoir derdenbeslag in stand te houden. Ten slotte vordert Jonker veroordeling van X in de proceskosten. X heeft tegen het door Jonker gevorderde gemotiveerd verweer gevoerd, waarop hierna -voor zover nodig- zal worden ingegaan.
De motivering van de beslissing
In conventie
10. Centraal in deze zaak staat de vraag of de auto beantwoordt aan de koopovereenkomst. Het gaat er om dat X mocht verwachten dat de auto die eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik nodig zijn en waarvan hij de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen. Niet gesteld of gebleken is dat Jonker niet wist dat X de auto zowel privé als zakelijk zou gaan gebruiken. Wanneer de gebreken aan de auto waarvan het DEKRA-rapport melding maakt, vakkundig verholpen zouden zijn, mocht X verwachten dat de auto in ieder geval geschikt zou zijn om -normaal- mee te rijden.
11. X heeft verklaard dat hij meermalen vanwege een verhitte motor met de auto langs de kant van de weg heeft gestaan en dat hij inmiddels uit veiligheidsoverwegingen niet meer in de auto rijdt. Deze motorproblemen kunnen zondermeer verklaard worden uit hetgeen hiervoor onder 2 en 5 is overgenomen uit de respectievelijke rapporten van DEKRA en de ANWB. Ondanks het feit dat X ettelijke malen heeft verzocht met name het probleem van de verhitte motor op te lossen, is Jonker daarin niet geslaagd. Het verweer van Jonker dat de problemen nieuw zijn en derhalve geen verband houden met hetgeen in de keurings-rapporten staat, kan worden gepasseerd nu Jonker die stelling niet heeft onderbouwd.
12. Het vorenstaande rechtvaardigt voorshands de conclusie dat X de auto niet normaal kan gebruiken. De voorzieningen-rechter acht het dan ook in hoge mate waarschijnlijk dat in een bodemprocedure geoordeeld zal worden dat de auto niet beantwoordt aan de koopovereenkomst en dat X de koopovereenkomst daarom mocht ontbinden. Gelet daarop komt thans de gevorderde terugbetaling van de koopsom (het hiervoor onder 8.a gevorderde bedrag) voor toewijzing in aanmerking. Ambtshalve zal de voorzieningenrechter X verplichten om de auto ter beschikking van Jonker te stellen nadat hij de koopsom en de hierna onder rechtsoverweging 22 genoemde schadevergoeding ad € 3.569,55 van Jonker heeft ontvangen.
13. Naast terugbetaling van de koopsom vordert X tevens vergoeding van door hem gemaakte kosten die verband houden met het niet beantwoorden van de auto aan de koopovereenkomst (de hiervoor onder 8.b tot en met i gevorderde bedragen).
14. Het onder 8.b gevorderde bedrag betreft de door X gemaakte kosten voor de ANWB-keuring van de auto. Deze kosten voor een onafhankelijk keuringsrapport van de auto komen voor vergoeding in aanmerking.
15. Het hiervoor onder 8.c. gevorderde bedrag, zijnde de kosten voor het lidmaatschap van de ANWB, komt niet voor vergoeding in aanmerking nu iedere auto-eigenaar voor dergelijke kosten komt te staan en X weer een auto wil aanschaffen.
16. Het onder 8.d. gevorderde bedrag zal ook niet worden toegewezen. Deze kosten voor de inspectie van de auto door de BMW-dealer te Zoetermeer had X niet eerst hoeven maken. X had de auto direct door de ANWB kunnen laten keuren.
17. X stelt de onder 8.e vermelde kosten voor rechtsbijstand te hebben gemaakt. De voorzieningenrechter heeft geen aanleiding om wat deze kosten betreft af te wijken van het zogenoemde Rapport Voorwerk-II. Als gevolg daarvan zal voor vergoeding in aanmerking komen een bedrag van € 1.406,72. Voor het overige worden de kosten van rechtsbijstand geacht te zijn begrepen in de te liquideren proceskosten.
18. De onder 8.f gevorderde kosten, zijnde huur voor vervangende auto’s tussen september en november 2002, komen geheel voor vergoeding in aanmerking.
19. Het door X onder 8.g gevorderde betreft de verzekeringspremie voor één jaar van de auto. Deze premie komt niet voor volledige vergoeding in aanmerking nu de polis over kan worden gezet op een andere door X aan te schaffen auto. Voor vergoeding komt daarom 25% van de betaalde premie in aanmerking, derhalve € 309,94, namelijk de premie over de maanden september tot met november 2002.
20. Het onder 8.h gevordere bedrag betreft benzinekosten, die X stelt gemaakt te hebben voor het zes keer naar Jonker in Hoevelaken rijden van de auto vanuit Wassenaar. Deze kosten zijn niet betwist en komen volledig voor vergoeding in aanmerking.
21. Ook het onder 8.i gevorderde bedrag zal volledig worden toegewezen, zijnde de wegenbelasting voor de auto over de maanden september tot en met november 2002.
22. Uit het hiervóór overwogene volgt dat naast de koopsom van € 24.250,00 wegens materiële schade € 3.569,55 derhalve in totaal € 27.819,55 van het gevorderde bedrag van € 31.555,83 zal worden toegewezen. Dit brengt met zich mee dat het griffierecht waarin Jonker zal worden veroordeeld, zal worden gerelateerd aan de hoogte van het toe te wijzen bedrag. Het meerdere, te weten € 70,00 zal voor rekening van X blijven.
23. Als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij zal Jonker in de kosten van de procedure in conventie worden veroordeeld. Daaronder worden ook de beslagkosten begrepen, in verband met hetgeen hierna wordt overwogen.
In reconventie
24. Gelet op al het hiervoor overwogene komt het primair gevorderde niet voor toewijzing in aanmerking, en zal ook het subsidiair gevorderde niet worden toegewezen nu niet aannemelijk is geworden dat de auto nog voldoende waarde vertegenwoordigt om voor wat betreft de koopsom ervan, het conservatoir derdenbeslag op te heffen.
25. Als de in het ongelijk gestelde partij zal Jonker in de kosten van de procedure in reconventie worden veroordeeld. Deze kosten zullen vanwege het verband met de vordering in conventie, evenwel op nihil worden gesteld.
De beslissing
De voorzieningenrechter,
in conventie
veroordeelt Jonker aan X te betalen, zulks tegen behoorlijk bewijs van kwijting, een bedrag van € 27.819,55,
met bepaling dat X binnen één week na ontvangst van het bedrag van € 27.819,55, Jonker in staat moet stellen om de auto op te halen bij X, bij welke gelegenheid aan Jonker de sleutels en het kentekenbewijs van de auto moeten worden overhandigd;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
veroordeelt Jonker in de kosten van de procedure, tot aan deze uitspraak aan de zijde van de X bepaald op € 901,43 voor verschotten (€ 530,00 wegens griffierecht, € 77,56 wegens exploot van dagvaarding en € 293,87 wegens beslagkosten) en op € 703,36 voor salaris procureur;
weigert het meer of anders gevorderde;
in reconventie
weigert de gevorderde voorzieningen;
veroordeelt Jonker in de kosten van de procedure, tot aan deze uitspraak bepaald op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.A.Z. Hooft Graafland en in het openbaar uitgesproken op 14 november 2002 in tegenwoordigheid van de griffier mr. M.J. Daggenvoorde.