ECLI:NL:RBARN:2002:AF2031
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bezwaar tegen beëindiging toeslag op AAW/WAO-uitkering wegens verblijf in Turkije
Eiser ontving een toeslag op zijn AAW/WAO-uitkering krachtens de Toeslagenwet. Na een verblijf van zes maanden in Turkije beëindigde het UWV de toeslag conform artikel 4a, derde lid van de Toeslagenwet, na drie maanden verblijf in het buitenland. Eiser maakte bezwaar en stelde dat de exportbepaling in strijd was met verdragsrechtelijke bepalingen, waaronder het Besluit 3/80 van de Associatieraad EEG-Turkije en het Verdrag sociale zekerheid Nederland-Turkije.
De rechtbank onderzocht ambtshalve of het bezwaar tijdig was ingediend en concludeerde dat het bezwaarschrift binnen de wettelijke termijn was ontvangen. Vervolgens beoordeelde de rechtbank de materiële vraag of de toeslag viel onder de werkingssfeer van het Besluit 3/80 en het Europees Verdrag inzake sociale zekerheid (EVSZ). De rechtbank stelde vast dat de toeslag een minimumbehoefteregeling is ter aanvulling op een loondervingsuitkering en niet als zelfstandige invaliditeitsuitkering valt onder de genoemde verdragen.
Hierdoor kon eiser geen succesvol beroep doen op deze verdragsbepalingen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Het vonnis werd in het openbaar uitgesproken op 11 december 2002 door de rechtbank Arnhem.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot beëindiging van de toeslag op de AAW/WAO-uitkering wordt ongegrond verklaard.