ECLI:NL:RBARN:2002:AF2756
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E. Klein Egelink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging herzieningsbesluit bijstand voor juli en augustus 1999 wegens onterecht terugvorderen
Eiser ontving bijstand op grond van de Algemene bijstandswet (Abw). Verweerder herzag het besluit over de periode mei tot november 1999 en vorderde ten onrechte ontvangen bijstand terug wegens vermeende niet-melding van inkomsten uit arbeid. De herziening was gebaseerd op loonverklaringen van twee werkgevers die aangaven dat eiser in bepaalde maanden inkomsten had genoten.
Eiser stelde dat zijn zwager, die illegaal in Nederland verbleef, met gebruikmaking van zijn SOFI-nummer de werkzaamheden had verricht. De rechtbank achtte dit niet aannemelijk omdat eiser geen aangifte van misbruik had gedaan en de verklaringen van de zwager en een werkgever niet verifieerbaar waren. De rechtbank concludeerde dat eiser in de maanden mei, juni, september, oktober en november 1999 wel degelijk werkzaamheden had verricht zonder dit te melden.
Voor de maanden juli en augustus 1999 was echter vastgesteld dat eiser geen werkzaamheden had verricht en geen inkomsten had genoten. Daarom was de herziening voor die maanden onterecht. De rechtbank vernietigde het besluit voor die maanden en veroordeelde verweerder tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan eiser.
Het vonnis werd uitgesproken door rechter E. Klein Egelink op 24 december 2002. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het herzieningsbesluit over juli en augustus 1999 wordt vernietigd.