ECLI:NL:RBARN:2002:AF5260
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.F. Bijloo
- Rechtspraak.nl
Onverbindendverklaring verblijfsontzegging wegens bevoegdheidsgebrek burgemeester
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de rechtbank Arnhem geoordeeld over de bevoegdheid tot het opleggen van een verblijfsontzegging op grond van artikel 2.4.1 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van Nijmegen. Verzoeker werd door het college van burgemeester en wethouders (B&W) verboden zich gedurende bepaalde uren op bepaalde plaatsen te bevinden. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening.
De rechtbank overwoog dat ingevolge artikel 172 van Pro de Gemeentewet de burgemeester exclusief belast is met de handhaving van de openbare orde in enge zin, hetgeen de verblijfsontzegging betreft. Het college van B&W was daarom niet bevoegd om deze maatregel op te leggen. Artikel 2.4.1 APV, waarop het besluit was gebaseerd, moest als onverbindend worden beschouwd.
De voorzieningenrechter schorste het besluit en veroordeelde de gemeente Nijmegen tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. Tegen deze uitspraak was geen rechtsmiddel mogelijk. Hiermee werd bevestigd dat de bevoegdheid tot het opleggen van verblijfsontzeggingen exclusief bij de burgemeester ligt en niet bij het college van B&W.
Uitkomst: Het besluit tot verblijfsontzegging door het college van B&W wordt geschorst wegens onbevoegdheid en artikel 2.4.1 APV wordt onverbindend verklaard.