ECLI:NL:RBARN:2003:AF4577
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- C.A. Verkuyl
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vordering beëindigingsvergoeding wegens niet-nakoming beëindigingsovereenkomst huurovereenkomst
Hazeleger c.s. vorderen betaling van een financiële compensatie van €422.015,60 van Gebo, omdat Gebo de beëindigingsovereenkomst van de huurovereenkomsten niet nakomt. Gebo huurde bedrijfsruimten aan de Galvanisstraat 88 en 90 te Ede en had met Hazeleger c.s. een beëindigingsovereenkomst gesloten waarin onder meer een financiële compensatie en het stellen van bankgaranties waren opgenomen.
Gebo heeft de gehuurde objecten op 31 december 2002 ontruimd maar heeft geen bankgaranties gesteld en geen financiële compensatie betaald. Gebo stelde dat de overeenkomst niet van kracht is geworden omdat de opschortende voorwaarde van het stellen van bankgaranties niet was vervuld. De rechtbank oordeelt dat deze bepaling geen opschortende voorwaarde is maar een afdwingbare verplichting binnen de overeenkomst.
De rechtbank stelt vast dat Gebo feitelijk uitvoering heeft gegeven aan de hoofdverplichting door ontruiming en dat de vordering tot betaling van de beëindigingsvergoeding met grote waarschijnlijkheid in een bodemprocedure zal worden toegewezen. De vordering wordt daarom in kort geding toegewezen, inclusief veroordeling in de proceskosten. Een verzoek tot matiging van de vergoeding wordt afgewezen wegens gebrek aan gronden.
Uitkomst: Gebo wordt veroordeeld tot betaling van €422.015,60 aan Hazeleger c.s. wegens niet-nakoming van de beëindigingsovereenkomst.