ECLI:NL:RBARN:2003:AF5263

Rechtbank Arnhem

Datum uitspraak
26 februari 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
Reg.nr.: AWB 02/1523 NABW
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • E. Klein Egelink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:11 AwbArt. 7:1 AwbArt. 6:15 AwbArt. 6:24 AwbArt. 6:13 Awb
Verwijzingen
9 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken bezwaar bij gewijzigde motivering bijstand

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het College van burgemeester en wethouders van Nijmegen waarin haar een bijstandsuitkering werd onthouden op grond van haar verblijfsstatus volgens de Vreemdelingenwet 2000.

Het bestreden besluit herroept een eerder besluit waarbij aan eiseres een bijstandsuitkering was toegekend. Verweerder stelt dat eiseres geen recht heeft op bijstand omdat zij niet behoort tot de categorie vreemdelingen die daarvoor in aanmerking komt.

De rechtbank oordeelt dat het bestreden besluit een wezenlijk ander besluit is dan het eerdere besluit, omdat het gebaseerd is op een geheel ander feitencomplex en motivering. Hierdoor is sprake van een nieuw primair besluit waartegen eerst bezwaar moet worden gemaakt.

Omdat eiseres geen bezwaar heeft ingediend, verklaart de rechtbank haar beroep niet ontvankelijk en zendt het beroepschrift door aan verweerder om als bezwaar te worden behandeld.

Uitkomst: Eiseres wordt niet ontvankelijk verklaard in haar beroep wegens het ontbreken van bezwaar tegen het nieuwe primair besluit.

Uitspraak

Rechtbank Arnhem
Sector bestuursrecht
Reg.nr.: AWB 02/1523 NABW
Bestreden besluit: 11 juli 2002
Proces-verbaal van de ter openbare zitting op 25 februari 2003 gedane mondelinge uitspraak in het geschil tussen:
X. wonende te Nijmegen, eiseres,
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijmegen, verweerder,
Mondelinge uitspraak (artikel 8:67 Awb Pro)
Beslissing
De rechtbank,
verklaart eiseres niet ontvankelijk in het beroep;
bepaalt dat het beroepsschrift door verweerder in behandeling dient te worden genomen als bezwaarschrift.
Tegen deze uitspraak staat, behoudens het bepaalde in artikel 6:24 juncto Pro 6:13 van de Awb, binnen zes weken na de dag van verzending hiervan, voor belanghebbenden hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Gronden van de beslissing
Bij het bestreden besluit heeft verweerder het besluit op bezwaar van 4 juni 2002 waarbij het besluit van 4 januari 2002 was herroepen en met welk aan eiseres alsnog, met ingang van 8 mei 2002, een uitkering ingevolge de Algemene bijstandswet was toegekend, ingetrokken. Verweerder heeft bij het bestreden besluit tevens bepaald dat eiseres geen recht heeft op een Abw uitkering aangezien zij niet behoort tot de categorie vreemdelingen als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de Abw. Eiseres stelt dat deze beslissing in strijd is met het rechtszekerheids-beginsel en het vertrouwensbeginsel.
Op grond van artikel 7:11, eerste lid, van de Awb vindt de heroverweging van het bestreden besluit plaats op de grondslag van het bezwaar. Voor zover die heroverweging daartoe aanleiding geeft herroept het bestuursorgaan het bestreden besluit en neemt voor zover nodig in plaats daarvan een nieuw besluit.
Bij het besluit van 4 januari 2002 waartegen door eiseres bezwaar is gemaakt, heeft verweerder de door eiseres ingediende aanvraag om bijstand afgewezen vanwege het feit dat zij niet aannemelijk had weten te maken dat zij woonplaats in de gemeente Nijmegen had. Bij het bestreden besluit wordt eerdergenoemd besluit gehandhaafd met als motivering dat eiseres ingevolge artikel 7, tweede lid, van de Abw geen recht op bijstand heeft omdat zij rechtmatig in Nederland verblijft op grond van artikel 8 aanhef Pro en onder f, van de Vreemdelingenwet 2000.
De rechtbank is van oordeel dat het bestreden besluit als gevolg van deze gewijzigde motivering waaraan een geheel ander feitencomplex ten grondslag ligt dan aan het in primo genomen besluit, zo’n wezenlijk ander besluit is geworden dan dat besluit dat er als gevolg daarvan sprake is van een nieuw primair besluit waartegen ingevolge het bepaalde in artikel 7:1, eerste lid, van de Awb eerst bezwaar moet worden gemaakt alvorens eventueel beroep bij de rechtbank kan worden ingesteld. De rechtbank zal het beroepsschrift, ingevolge artikel 6:15 van Pro de Awb dan ook doorzenden aan verweerder ter behandeling als bezwaarschrift.
Aangezien door eiseres geen bezwaar is gemaakt, dient zij niet ontvankelijk te worden verklaard in haar beroep.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal dat door mr. E. Klein Egelink, rechter, en J.M.E. Koning, griffier, is ondertekend.
De griffier, De rechter,
Afschrift verzonden op: 26 februari 2003